.: 2002-2003  Deel 2 :.

02-03 Deel    2 05-06 Deel 1 2 08-09 Deel 1 2  
03-04 Deel 1 2 06-07 Deel 1 2 09-10 Deel 1 2  
04-05 Deel 1 2 07-08 Deel 1 2

 

 

Lees recensie >>>
14 01 2003

 

Regie:
Scenario:
Fotografie:
Muziek:
Montage:
Vertolking:

THE PIANIST Frankrijk
Polen
Duitsland
2002 148'

Roman Polanski
Ronald Harwood naar de roman van Wladyslaw Szpilman
Pawel Edelman
Wojcieh Kilar
Hervé de Luze
Adrien Brody (Szpilman)
Thomas Kretschmann (Duits officier)
Frank Finley (vader)
Maureen Lipman (moeder)

‘Terug naar het ghetto van Warschau’

1 september 1939: de Duitse Wehrmacht valt Polen binnen, het begin van W.O.II. In de nationale Poolse radiostudio in Warschau zit de 28-jarige Wladyslav Szpilman de “Nocturne in D-mineur” van Chopin te spelen. Bommen van de Deutsche Luftwaffe treffen het gebouw en jagen de getalenteerde en befaamde jonge pianist bruusk weg. Het begin van 1 van de zwartste bladzijden uit de geschiedenis van de mensheid; voor Szpilman zelf volgt niets minder dan een afdaling in een Danteske hel. Op dat moment leven in Polen 3.500.000 Joden waarvan er 360.000 in Warschau wonen en daar ongeveer één derde van de totale bevolking uitmaken. In het kielzog van de Wehrmacht volgen de Gestapo en de SS die met vernederin-gen, plunderingen, uithongering, confiscatie van Joodse bezittingen en lukrake moordpartijen de Joden brutaliseren. Op 1 december 1939 worden alle Joden verplicht om een armband met de Davidsster te dragen en kort daarop worden hun eigendommen aangeslagen, wordt hun voedselrantsoen dusdanig beperkt dat ze net niet uithongeren en krijgen ze het verbod om nog langer het openbaar vervoer te gebruiken, in parken te kuieren, op banken te zitten en op het voetpad te wandelen. Een gedeelte van Warschau, het zogenaamde “Judenviertel”, wordt op 15 november 1940 ommuurd en hermetisch afgegrendeld: meer dan een half miljoen Joden zitten er opeengepakt en tengevolge van de ellendige levensomstandigheden, de overbevol-king, de epidemieën en de willekeurige slachtpartijen sterven binnen enkele maanden 100.000 mannen, vrouwen, bejaarden en kinderen. Toch proberen de inwoners hun leven zo “normaal” mogelijk te organiseren, met o.a. clandestiene politieke en culturele activiteiten en onderwijs.
De grenzen van het getto worden voortdurend ingekrompen (tot 4 vierkante km.!) en tijdens de Wannseeconferentie van 20 januari 1942 luidt definitief de doodsklok voor de Joden. Onder het voorzitterschap van SS-Obergruppenführer Heydrich besluiten 14 topambtenaren uit de ministeriële bureaucratie en leiders van de SS (o.a. Eichmann) om de Europese Joden massaal naar het oosten te deporteren en te vernietigen. Ook in Warschau zijn de gevolgen snel zichtbaar: in juli 1942 worden 300.000 Joden uit het getto gehaald met de belofte dat ze naar arbeidskampen zullen overgebracht worden; in werkelijkheid denderen de treinen naar Treblinka. Bijna niemand zal levend terugkeren.

57.000 mensen blijven achter in het ghetto, 200 slagen erin om zich te bewapenen en op 19 april 1943 breekt een opstand uit o.l.v. Mordechai Anielewicz. Een wanhopig gevecht breekt uit; bijna 1 maand lang houden de Joodse verzetsstrijders stand en lijden de Duitsers zware verliezen. Pas wanneer SS-troepen onder leiding van de beruchte Gruppenführer Jürgen Stroop het getto binnentrekken, breekt de weerstand. Hoe verschrikkelijk het moet geweest
zijn, blijkt uit het dagelijks verslag van Stroop. Op 22 april schrijft hij: “Massaal, met hele families, sprongen Joden die reeds in brand stonden, uit de ramen of probeerden ze langs aaneengeknoopte lakens en dergelijke naar beneden te klimmen. We wisten dat deze Joden, net als alle anderen, onmiddellijk moesten gedood worden.”In zijn eindverslag luidt het als volgt: “Enkel door de ononderbroken en onvermoeibare inzet van alle krachten is het gelukt in totaal 56.065 Joden op te pakken, respectievelijk ze te vernietigen (…). De grote actie werd op 16/05/1943 om 20.15u. beëindigd door het opblazen van de synagoge van Warschau. Nu is er in de voormalige Joodse woonwijk geen leven meer. Al wat aan waardevolle voorwerpen, grondstoffen en machines voorhanden was, is afgevoerd en opgeslagen. Alle resterende gebouwen en dergelijke zijn vernield.” Gans het getto wordt met de grond gelijk gemaakt en wanneer de Duitsers zich in januari 1945 uit Warschau terugtrekken, blijven er nauwelijks 20 overlevende Joden achter. Szpilman was één van hen. Wanneer de Poolse radio in 1945 de uitzendingen hervat, zit Szpilman achter de piano en herneemt de “Nocture” van Chopin daar waar ze 6 jaar eerder zo brutaal afgebroken was.

Zijn onthutsend verhaal is het thema van Roman Polanski’s “The Pianist”. Hiervoor heeft hij zich gebaseerd op het schokkend boek “Death of a City”, door Szpilman geschreven in 1946 als een soort van therapie, en op een manuscript dat door Szpilman’s zoon in 1998 ontdekt werd. Dit manuscript leidde tot een nieuwe Duitse publicatie en werd kort nadien wereldwijd vertaald en verspreid.

Het is overduidelijk dat dit waargebeurde verhaal ook dient als uitlaatklep voor Polanski’s eigen oorlogsherinneringen: Polanski wist zelf als kind in het getto van Krakau ternauwernood te ontsnappen aan de deportatie, zag zijn vader weggevoerd worden en nagenoeg gans zijn familie kwam om in de uitroeiingskampen. Pas op 68-jarige leeftijd durfde Polanski het aan om een duik te nemen in zijn verdrongen oorlogsherinneringen en dit vergelijkbaar verhaal was het ideaal gegeven. Het apocalyptische gettolandschap waarin Szpilman zich ophoudt, kan zelfs worden opgevat als een hallucinante metafoor voor Polanski’s geknakte state of mind. “The Pianist” is een traditioneel opgebouwd en klassiek in beeld gezet oorlogsdrama. Zonder misplaatste mooifilmerij of aanzwellende violen worden de brutaliteiten van de nazi’s getoond. Talloze taferelen zullen zich voorgoed in uw ziel branden. Bovendien is deze onthut- sende en ontroerende film zeer genuanceerd en toont aan dat er ook slechte Joden en goede Duitsers waren. Wat de relatief onbekende Adrien Brody, die de rol van Szpilman vertolkt, presteert is buitengewoon indrukwekkend. Fysiek is hij voor deze rol tot het uiterste ge-gaan : meer dan 1 jaar lang was hij Szpilman en vermeed hij in zijn dagelijks leven alles wat hem van de emoties van Szpilman weg kon trekken. Dat hij zijn personage en alle tragische ge-beurtenissen die in de film verteld worden moeilijk van zich kan afzetten, wordt bewezen door het feit dat hij meer dan 1 jaar na het beëindigen van de opnames van “The Pianist” nog steeds geen andere rol heeft kunnen aannemen. “The Pianist” is een hartverscheurende, niet te missen film die op het Festival van Cannes terecht met de Gouden Palm bekroond werd.
www.thepianist-themovie.com