|
Veel zogenaamd “historische gebeurtenissen” , opgefokt door
massamedia, blijken achteraf niet meer dan een luchtbel. Maar
heel af en toe doen zich feiten voor waarvan bijna iedereen
overal ter wereld onmiddellijk aanvoelt dat er iets heel
bijzonders gebeurt. De eerste maanlanding, de moord op Kennedy,
11 september 2001…: u herinnert zich wellicht nog waar u was,
wat u aan het doen was toen u het vernam. De “Wende” in
Duitsland die uiteindelijk leidde tot de val van de Muur in
november 1989, is wellicht één van die scharniermomenten uit de
wereldgeschiedenis en het onderwerp van deze film.
Tegen de achtergrond van deze turbulente tijden situeert
Wolfgang Becker zijn heerlijke tragikomedie ‘Good bye, Lenin’,
waarin we kennis maken met een typisch Kerner-gezinnetje: Tiener
Alexander woont met zijn alleenstaande moeder Christiane en zijn
oudere zus Ariane in Oost-Berlijn. Zijn vader is jaren daarvoor
naar het Westen gevlucht : sindsdien heeft hij hem nooit meer
gezien. Zijn moeder is volledig opgegaan in het socialistische
gedachtegoed en zet zich in voor de jeugd, de staat en betere
voorzieningen voor degenen die het nodig hebben. Maar de
gemoederen in Oost-Duitsland raken op het einde van de jaren
tachtig verhit. Tijdens een betoging krijgt ze prompt een
hersenbloeding en raakt in coma. In de maanden die daarop volgen
wordt de historische en meer dan 45 km lange Muur van Berlijn
gesloopt, wordt het communistisch regime weggespoeld, pakt
Honecker zijn valies, verlaat Ariane haar politiek correcte
school en gaat ze aan de slag bij Burger King. Intussen verdient
Alex de kost als verkoper van satellietschotels voor een
westerse trust, terwijl zijn hart op hol slaat voor een snoezige
verpleegster. 8 maanden later ontwaakt Christiane, zonder enige
notie van de fenomenale omwentelingen in haar ter ziele gegane,
geliefde democratische republiek. De arts vertelt Alexander dat
zijn moeder aan geen enkele vorm van stress en opwinding
blootgesteld mag worden. Alexander vreest dat zijn moeder de
klap van de val van de Muur en de veranderingen niet aankan.
Tegen de wil van de arts neemt hij haar mee naar huis om haar in
een beschermde omgeving te verzorgen. Hij draait de klok terug
en kopieert minutieus de wereld van voor de val van de Berlijnse
Muur. Het leugentje uit liefde en bestwil zorgt voor hilarische
toestanden…
We kunnen het ons maar moeilijk voorstellen hoe het voor de
DDR-Duitsers moet zijn geweest toen de Berlijnse Muur viel. Van
het ene uiterste in het andere gevallen, vergaapten velen zich
aanvankelijk aan de stroom van welvaartsproducten die in het
kielzog van de kapitalistische invasie plotseling overal
beschikbaar waren. Eindelijk bevrijd van een wurgend keurslijf,
dachten vele “Ossies” dat een stralende, zorgeloze toekomst op
hen lag te wachten.
Maar het ontwaken uit deze vrijheidsroes viel voor velen bitter
tegen en gaandeweg tekenden zich vele scherpe kanten van de
hereniging af. De gedroomde welvaart bleek een illusie : de Oost-Duitsers voelden zich snel tweederangsburgers en toen ook de
schaduwzijden van het kapitalistisch model aan het licht kwamen,
ontstond zelfs de “Ostalgie”, een vaag heimwee naar bepaalde
aspecten van het verloren gegane DDR-land. Niemand wou
natuurlijk terug naar de harde Honecker-dictatuur, waar de
geheime dienst Stasi iedereen in de gaten hield en er maar één
partij was die altijd en overal de verkiezingen won. “Ostalgie”
is een weemoedig verlangen naar dat gemoedelijke levensgevoel
van voor de val van de Muur en de invasie van de D-mark, die
intussen al door de euro vervangen is. “Teuro” zeggen de
Oost-Duitsers schamper als ze de niet bij te houden
prijsstijgingen zien. Het gaat om een sluimerend gevoel van
samenhoren in een maatschappij waar mensen elkaar nog hielpen en
er bijna konden om lachen dat ze nauwelijks bananen hadden.
De West-Duitsers waren evenmin gelukkig toen ze vaststelden dat
mateloos veel geld verdween in de bodemloze put van de totaal
verouderde voormalige DDR-industrie. Economisch
herstel bleef langer uit dan verwacht en toen de economie ook in
West-Duitsland begon te sputteren, groeide het onbehagen. Meer
dan 10 jaar na deze eenmaking tussen Oost- en West-Duitsland
weten veel Duitsers nog steeds geen blijf met hun tegenstrijdige
gevoelens. De scheldwoorden “Ossie” en “Wessie” worden niet zo
vaak meer gehoord, maar de vraag of humor en “Ostalgie”
toegelaten zijn, bleef tot voor kort de vraag. ‘Good bye, Lenin’
bewijst dat lachen mag. Dat deze film voor veel mensen
bevrijdend heeft gewerkt, moge blijken uit het feit dat in heel
Duitsland intussen al meer dan 7 miljoen mensen de film hebben
gezien en dat zowel de Ossies als de Wessies de humor ervan
kunnen appreciëren: eindelijk een film die hen in staat stelt om
zowel met zichzelf als met de anderen te lachen.
‘Good bye, Lenin’ laat zich het best omschrijven als een
mengeling van een politiek sprookje en een satirische komedie,
waarin zowel de heimwee naar de vroegere DDR als het
misplaatste triomfalisme van de kapitalistische
consumptiemaatschappij gehekeld worden. Het is een grappige, wat
absurde ‘feel good movie’, met plaats voor hartverwarmende
ontroering en voor enige reflectie over wat “vooruitgang” of
“verandering”, vooral in zo’n verwarrend hoog tempo, voor het
alledaagse leven van gewone mensen kan betekenen. Dramatisch is
het best ook wel als de moeder op het einde van de film
constateert dat haar leven uiteindelijk niets meer dan een
leugen is geweest. Dat het scenario fijnzinnig en meerledig is
moge blijken uit de symbolische parallel tussen het gezin en het
politieke Duitsland. De traumatische verscheurdheid van de
familie Kerner kan hier gemakkellijk gezien worden als een
symbool van het door de geschiedenis uiteengereten Duitsland.
Tegelijk betekent deze film ook een afsluiting van een tijdperk,
prachtig gevat in de sequentie in slowmotion waarin een groot
bronzen Lenin-standbeeld bengelend aan een helikopter voorbij
vliegt. Met opgeheven arm, alsof hij vanuit de hoogte Christiane
een
laatste triomfantelijke groet brengt.
De 49-jarige Duitse cameraman, scenarist, Tatort-regisseur en
filmcineast Wolfgang Becker brengt de hele problematiek vanuit
een hoogst origineel uitgangspunt en heeft met deze film
blijkbaar een gevoelige snaar geraakt. Naast een resem Duitse
bekroningen heeft ‘Good bye, Lenin’ (www.good-bye-lenin.de)
onlangs nog op de European Film Awards de prijzen voor beste
film, beste hoofdrol (de 25-jarige Daniel Bruhl) en beste
scenario weggekaapt. De weemoedige muziek werd gecomponeerd door
Yann Tiersen, die ook de soundtrack voor Le Fabuleux Destin d’
Amélie Poulain schreef. Van kwaliteit gesproken! |