|
Het was een lovend jaar voor de Vlaamse film, 2003. Zowat alle
Vlaamse cineasten pakten uit met nieuw (Stijn Coninx) of
debuutwerk (Tom Barman) of werkten achter de schermen in de hoop
u in dit jaar weer een kwaliteitsfilm te kunnen voorschotelen
(Lieven De Brauwer). Eric Van Looy zag eindelijk een nieuwe
droom in vervulling gaan. ‘De Zaak Alzheimer’ zou ‘Shades’ ver
overtreffen. En wat blijkt? Pers en publiek zijn het, voor één
keer, laaiend eens:
‘Een Vlaamse thriller, sterk, efficiënt en stijlvol verteld. Een
publieksfilm die dieper graaft dan louter entertainment. Solide
intrige, stevige karaktertekening, sfeerrijke uitlichting,
snedige cameravoering, sublieme fotografie, snelle montage. Een
creatief filmisch genrestuk dat een internationale carrière
verdient.’ Deze greep uit de filmkritieken zegt genoeg over de
waardering, binnen en buiten de sector, voor de sterk visuele
aanpak van Eric Van Looy, die Jef Geeraerts’ bestseller ‘De Zaak
Alzheimer’ met veel flair en gevoel voor ritme in beeld zette.
Door zijn acteursregie weet de regisseur zijn intrigerende
personages drager te maken van een eigen verhaal, een
persoonlijkheid die getekend is door hun verleden, een donkere
vlek, die in hun doen en laten blijft doorspelen. De kijker
wordt op het puntje van zijn stoel
gezet door de fascinerende beeldwisselingen en de melancholische
sfeer die zowel de speurders Vyncke (een bedachtzame Koen De
Bauw) en Verstuyft (een doorduwende Werner De Smedt) als
huurdoder Angelo Ledda (een indrukwekkende Jan Decleir) in het
lijft kruipt. Met een knipoog naar de zwaarmoedige Franse ‘Film
Noir’ ontvouwt regisseur Eric Van Looy een indringend
beeldverhaal over ‘men on the run’ waarbij een paar Belgische
kwalen worden aangeduid, zelfs met een streepje humor : films
zonder dit korreltje zout zijn immers onverteerbaar.
Niet zo bij ‘Alzheimer’ waarin de zoektocht naar mogelijke
daders uitloopt op een kennismaking met mensen van uiteenlopend
allooi, met tegenstrijdige belangen en een specifiek verleden.
Die confrontatie met voorlopig onbekenden prikkelt de
nieuwsgierigheid : de ‘close camera’-voering spijkert de
acteurskoppen op je netvlies en kadert perfect in de vlotte
verteltrant die het mysterie geleidelijk doorprikt. Elk
personage wordt met zijn tics, hebbelijkheden, opinies en
vooroordelen raak getekend, zodat ‘Alzheimer’ ver uitstijgt
boven de doorsnee politiefilm die we eerder op televisie kunnen
verwachten.
Dat deze film intussen met zowat 500.000 verkochte
ingangstickets nu reeds de derde plaats bekleedt in ons kleine
filmland, bewijst dat de aanpak van Eric Van Looy werkt. Hij is
overigens de eerste om dit succes te verklaren door de
technische ploeg en de prachtige prestaties van de acteurs die
aan dit project meewerkten : Jan Decleir, terecht winnaar van
‘Het Gouden Kalf’(de Nederlandse Oscars), schitterend in zijn
ingehouden, expressieve vertolking van een keiharde wreker die
af te rekenen heeft met verergerende ‘alzheimer’-symptomen ;
Koen de Bouw, kalm en weldoordacht, ontwikkelt zelfs een stukje
bewondering voor zijn tegenstander ; Werner De Smedt van zijn
kant laat zich veeleer kennen als een ontstuimig type. De hele
ploeg levert voortreffelijk werk omdat niemand een bordkartonnen
personage neerzet, maar een degelijk gestoffeerd personage dat
zijn plaats vindt in dit flitsend beeldverhaal. ‘De zaak
Alzheimer’ is in elk geval een emotionele thriller, sterk
visueel in beeld gezet, vol sfeer en verrassende actiemomenten :
een voltreffer in het genre, gedragen door een zeldzaam
professionele filmploeg die, met plezier, de indrukwekkende
acteursprestaties voluit tot zijn recht kan komen. Het bewijs is
nu geleverd: een publieksfilm is niet langer een ondermaats product. Met waardering voor allen, van productie tot realisatie: Vlaanderen heeft een pijl meer op zijn boog. Nu nog de
internationale markt bewerken: de film verdient het! |