|
In het kielzog van de succesrijke ’Alzheimer’ (Eric Van Looy),
kreeg Stijn Coninx’ film
minder media-aandacht. Het verhaal van ‘Verder dan de maan’, een
kinderlijk ontwaken in een fanatiek protestantse familie waar
woord en daad niet samenvallen, was ook duidelijk minder
commercieel. De ’comeback’ van Stijn Coninx was nochtans eens
gebeurtenis. Naast de terecht geroemde ‘Daens’ en de boeiende
film ‘Licht’, was hij ook de maker van de Urbanusfilm ‘Koko
Flanel’. Tussentijds was hij intens bezig met tal van projecten
die om diverse redenen niet doorgingen : Tijl Uilenspiegel,
Damiaan (verfilmd door Cox), ‘The File’(Leon Dewinter), ‘Olympic
Games’, ‘Survivre avec les Loups’ (overlevings-story van joodse
kinderen), ‘Ebola’ e. d. m. Met bovenop de verantwoordelijkheid
voor enkele multimediale initiatieven waarvan hij de regie deed.
Reden te over om Stijn Coninx’ nieuwe film vol verwachting
tegemoet te zien.
Eén ding is zeker : ‘Verder dan de Maan’ is het bekijken
overwaard. Eens te meer het werk van een gedreven vakman met oog
voor betekenisvolle details die het verhaal kruiden en niveau
geven. Coninx moet het niet hebben van experimentele truukjes :
hij vertelt strak en precies, met warmte en invoeling voor
gezinsleden wiens toekomst bepaald of doorkruist wordt door
familiale gebeurtenissen en maatschappelijke evoluties. Het
verhaal wordt gediend door de prachtfotografie van Walther Van
den Ende en de opmerkelijke vertolkingen van Johanna Ter Steege,
Huub Stapel, Neeltje De Vree, Dirk Roofthooft, Wim Opbrouck,
Anneke Blok en Jappe Claes. Een co-productie met een moeilijke
aanloop die Stijn Coninx tot een knap werkstuk wist om te
bouwen.
Wie af en toe een boek leest weet uit ervaring dat verbeelding
een belangrijke reisfactor is in tijd en ruimte. Dat
actualiteitswaarde vaak een heel relatief begrip is. Dat
verhalen over voorbije episodes ons makkelijk de eigentijdse
werkelijkheid laten verkennen. Dat lezen, kijken en luisteren
niet altijd geconditioneerd hoeven te zijn door ‘flashy’
beeldwisselingen : elk genre heeft zijn eigen aanpak, ritme,
verteltrant en drijft op eigen adem. Dat besef
verhoogt het kijkplezier bij deze eerder intimistische film die
bewust ‘vertelt’, in soms pakkende beelden, hoe samenleven in
een specifiek milieu droom en werkelijkheid kan doorkruisen.
Want tussen de sequensen door schetst de film een voor velen
herkenbare wereld en boort de regisseur naar achtergronden en
vooroordelen die een familie in moeilijkheden brengt wegens een
gebrek aan zin voor relativiteit en fanatieke miskenning van
evoluties die er niet om liegen.
In het voorbeeldig protestants boerengezin van boer Mees loopt
een en ander fout. Zelfs vlak voor de communie van de
negenjarige Caro : ze is er helemaal klaar voor, denkt ze. Tot
ze beseft dat het allemaal niet klopt. Wie is God? En als hij
dan zo goed is, waarom draait alles dan zo vierkant ? Hoe meer
ze denkt, hoe harder ze twijfelt. En stilaan groeit haar versie
van de feiten. Want op bezoek gaan bij God kan niet, hoe ver de
wetenschap ook vordert en hoe dicht een reis naar de maan ook
dichtbij is in 1969 (het jaar van de maanlanding van de Apollo
11). God heeft de schepping in zeven dagen gemaakt en dat is
veel te vlug. Daarom zijn er zoveel onvolmaaktheden, redeneert
de kleine Caro.
Haar vader Mees (Huub Stapel) wilde ooit priester worden, maar
weet het intussen zelf allemaal niet meer en moeder Ita (Johanna
Ter Stege) heeft het te druk met het bijeen houden van haar
gezin om na te denken en antwoorden te zoeken. Caro’s heerlijk
naïeve godsbeeld brokkelt af en krijgt een nieuwe invulling. Op
maat van wat ze gezien heeft : mensen zullen wellicht steeds
dezelfde fouten blijven maken. Het enige te doen is dan ook
vergeven. In weerwil van eerdere harde stellingnamen, belooft
boer Mees belooft zijn dochter dat ze nog verder zal gaan dan de
maan, misschien daar waar God is ?
‘Verder dan de Maan’ gaat over de zoektocht naar liefde en
geluk. Over God en wie dat nu eigenlijk is. Over vooruitgang en
de (on)eindigheid daarvan. Over het leven van een boerengezin in
de woelige jaren zestig. Over het volwassen worden van een kind,
een onbegrijpelijk proces, dat we nochtans allen doormaakten,
maar ons met geen mogelijkheid meer kunnen inbeelden. Een knappe
verfilming van groot worden en zijn.
Stijn Coninx situeert zijn verhaal in de woelige jaren zestig :
ontvoogding, contestatie, verwereldlijking, feminisme, groeiend
individualisme en afbraak van het samenhorigheidsgevoel
bepaalden er meer en meer het familiaal en maatschappelijke
leven. De invloed van de televisie, de Vietnam-oorlog, de
Palestijnse kwestie, de hongersnood in Afrika en de
technologische sprong voorwaarts hypothekeren het
welvaartsoptimisme en de vaste normen. De ‘Smaak van vrijheid’
keilt tradities omver, geloofspraktijken krijgen klappen.
Twijfels ondergraven vermeende zekerheden. Het economisch
optimisme krijgt met de oliecrisis van 1973 en een ‘eerste
varkenspest’ een serieuze deuk. Meteen een prachtdecor voor dit
ingetogen melodrama waarin de zoektocht naar liefde en geluk,
lyrisch, in poëtische beelden wordt bevraagd. Herkenbaar tot en
met. ‘Verder dan de Maan’ is innemend en hartverwarmend, met een
parfum van gisteren, voor mensen van vandaag. Een kleinood dat
blijft nazinderen : een ‘Stijn Coninx’-film, tot en met :
inhoud, vormgeving, emoties en menselijkheid vloeien er
moeiteloos in mekaar en geven ruim stof tot nakaarten en
nagenieten van deze realistische plattelandskroniek, vol
raakpunten met de recente actualiteit.
Stijn Coninx aarzelde aanvankelijk om deze film te maken. Tot
het hem daagde dat velen onder ons verloren lopen in de snelheid
van het leven en het allemaal niet meer weten. En dat werd het
aanknopingspunt, heel herkenbaar, heel dichtbij, heel echt. Hij
veranderde het scenario, sleutelde, knipte en plakte en levert
met ‘Verder dan de maan’ een pleidooi af voor begrip en geloof
in het goede van de mens, hoe onvolmaakt ook.
Het beste uit Nederland en Vlaanderen samen onder de maan. Niet
te missen! |