
Officiële site |
14 09 2004
Regie:
Scenario:
Fotografie:
Muziek:
Kostuums:
Montage:
Vertolking: |
Julien Vrebos
Paul Ruven, Kurt Segers, Chris Mitchell, Julien Vrebos
Tony Malametenios
Maxton Beesley, Jeremy Meehan
Kaat Tilley
Mark Bynens
Jonathan Rhys-Meyers (Chamberlain), Max Beesley (Keizer),
Rosana Pastor (Keizerin), Leticia Dolera (Sabah)
|
|
|
 |
Hield u vroeger van sprookjes? Liet u zich graag betoveren door
magische werelden die bevolkt werden door vreemde, maar
tegelijkertijd herkenbare personages? Dan is The Emperor’s Wife
van de Belgische regisseur Julien Vrebos voor u een niet te
missen filmevenement. Bent u niet zo voor sprookjes, maar
bekijkt u alles nogal rationeel, dan nog is het de moeite om de
stap te wagen, want deze film verkent op een heel subtiele wijze
thema’s als wetten, macht, passie en verleiding. Een film dus
die, zoals de regisseur het zelf ook aanbrengt, meerdere lagen
bevat.
In een onbestemd land, dat Britse stijl en Spaanse vurigheid
lijkt te verenigen, vinden we een jonge, schijnbaar viriele
keizer en zijn elegante, zwartharige vrouw. De zesde
huwelijksverjaardag is op til, een reden om uitgebreid te
feesten. Ware het niet dat het koppel nog steeds kinderloos is :
een tragedie voor een doorsnee koppel, bijna het einde van de
wereld voor een keizerlijk echtpaar. Er moet een troonsopvolger
zijn, wil men het land vrijwaren van chaos. Daarom stelt ‘de
wet’ dat in geval van onvruchtbaarheid van het keizerlijk
koppel, de keizer na zeven huwelijksjaren het recht heeft om een
andere vrouw te huwen. Het kiezen van deze nieuwe echtgenote
moet echter in het meest strikte geheim gebeuren, één jaar
eerder, wat wil zeggen precies op het moment dat we het verhaal
binnenvallen. Gestuurd door zowel strategische als avontuurlijke
motieven maakt de keizer snel zijn keuze uit de voorgestelde
vrouwen, allen dochters van edele lieden uit de verschillende
provincies. Zijn oog valt op een niet op het feest aanwezige en
voor hem enkel qua reputatie bekende schoonheid uit de
opstandige ‘koude’ provincie. De kamerdienaar van de keizer, een
jonge maar schijnbaar stijve en kille butler, is de enige die
weet heeft van dit alles. Hij wordt erop uit gestuurd wordt om
de toekomstige vrouw van de keizer op te pikken en klaar te
stomen voor haar nieuwe rol als first lady.
Het is vooral vanaf dat moment dat de gespletenheid duidelijk
wordt, het dubbele gelaat van het land en de mensen die het
besturen. Er is het gebeuren aan de oppervlakte, het doen en
laten van een staatsleider en echtgenoot, geleid door wetten en
de regels van het fatsoen. En er is het onderhuidse, het
verborgene, de wellusten, angsten, verlangens en manipulaties.
Van alle hoofdpersonages krijgen we die januskop te zien : bij
de ene is de verborgen zijde schrikwekkend, bij de andere juist
hoopgevend.
De keizer heeft een goed verborgen zwak voor opstandige en
anarchistische elementen, die hij echter met even veel plezier
de kop indrukt. De keizerin houdt haar eer hoog, maar beseft
terdege dat haar dagen als keizerin geteld zijn en werpt zich in
een heuse struggle for life. De kamerdienaar speelt een eigen
spel, maar betaalt daarvoor een hoge prijs. Alles wat de keizer
en zijn dienaar doen, verloopt volgens de letter van de wet,
maar niet alle wetten zijn door iedereen gekend. En hoe hard de
keizer en zijn dienaar ook proberen de spelregels te bepalen,
toch zijn het de twee vrouwen in het verhaal die hen tot het
uiterste drijven en hun eigen macht doen gelden. De geschiedenis
gaf ons al vele voorbeelden van de keerzijde van de macht, de
verborgen beweegredenen die af en toe komen bovendrijven,
meestal lang na de feiten. We vinden ze van bij de Romeinen tot
op vandaag de dag. Maar in plaats van hierover te zitten kniezen
accepteert Vrebos dit als een gegeven, een onderdeel van de
complexe menselijke natuur, die hij gefascineerd onder de loep
neemt, om het in de vorm van een ‘koningsdrama’ opnieuw aan de
wereld vrij te geven.
Meer verklappen we voorlopig niet over het verhaal, maar er is
meer aan deze film dan het verhaal alleen. Als we kijken naar de
manier waarop Julien Vrebos en zijn crew dit verhaal in zijn
audiovisuele vorm gegoten hebben, dan dwingt dat toch respect
zoniet bewondering af. Als regisseur heeft hij zijn acteurs zeer
goed in de hand (wat hij naar eigen zeggen klaarspeelt met
eenvoudigweg te zeggen dat hij ze graag ziet!). De bekendste
acteur is waarschijnlijk Jonathan Rhys-Meyers, de jongeman met
de onvergetelijke oogopslag uit diverse films als ‘Velvet
Goldmine’ en ‘Bend it like Beckham’. Als keizer zien we Max
Beesley, een professioneel muzikant, die tevens instond voor de
prachtige soundtrack met eigen composities die een prijs
opleverden op het filmfestival in het Italiaanse Viareggio. De
twee belangrijkste vrouwen in de film, de keizerin en haar
mogelijke opvolgster, worden gespeeld door respectievelijk
Rosana Pastor en Leticia Dolera. Beide warmbloedige Spaanse
wezens flaneren in kostuums ontworpen door de Belgische
modeontwerpster Kaat Tilley. Naast deze prachtige jurken vallen
ook de goed gekozen make-up en sfeervolle decors op. Die decors,
die losjes gebaseerd werden op het Perzische hof uit de jaren
1920, passen niet in één bepaalde stijl maar doen in al hun
bonte kleurenpracht en gedetailleerde uitwerking perfect hun
werk. Enkele bestaande en bruikbare locaties werden gevonden in
Luxemburg. Het geheel roept bij de kijker allerlei associaties
op, maar vormt toch een heel eigen wereld die een precieze
lokalisering in tijd en ruimte overstijgt.
De camerastandpunten, de belichting, het gebruik van diverse
lenzen en het gevoel voor mise-en-scène (plaatsing van acteurs
en voorwerpen binnen het decor) verraden Vrebos’ achtergrond als
fotograaf. Hij durft zelfs tegen klassieke filmregels ingaan,
bijvoorbeeld bij het in beeld brengen van dialogen. Het effect
hiervan is opmerkelijk, maar zonder formeel over te komen. De
technische kant van de film sluit naadloos aan bij de
inhoudelijke kant, want het roept een ‘andere’ wereld op, als
een spiegel voor onze eigen leefwereld. Wat film tot meer maakt
dan fotografie, beheerst Vrebos ontegensprekelijk ook door zijn
uitgekiende camerabewegingen en het beheersd tijdsverloop.
Vlotte, meeslepende scènes worden afgewisseld met rustige,
intense momenten. Via parallelmontage wordt het centrale deel,
met de gelijktijdig verlopende ‘oppervlakkige’ en ‘onderhuidse’
gebeurtenissen, tot een (letterlijk en figuurlijk) kleurrijk en
afwisselend geheel verweven.
Julien Vrebos was al eens te gast in Zottegem, om Le Bal Masqué
voor te stellen, in november 1998. Daar “liet hij zich kennen
als een ongedwongen persoonlijkheid die met genoegen de soms
delicate vragen omtrent het ‘Belgische’ hangijzers zoals de
bende van Nijvel genuanceerd beantwoordde.” (J. Van den Bussche
in ‘Honderd Jaar Film in Zottegem’, uitg. NV Printor, 2002). Ook
deze keer heeft Vrebos toegezegd van de partij te zijn.
Vertrekkend van de thematieken die in zijn tweede langspeler
aanwezig zijn belooft dit opnieuw een spontaan en onderhoudend
gebeuren te worden. Getuige enkele uitspraken in de Belgische
pers n.a.v. The Emperor’s Wife:
“Ik wil storen. In het systeem breng ik graag kortsluiting”;
“Het zijn mannen die oorlogen in gang steken. Een vrouw heeft
zoveel middelen niet nodig”;
“Onze fantasiewereld verdedigt ons tegen al het onrecht, al het
grijs dat ons omringt.”
Wat Julien Vrebos fascineert aan cinema is dat het groepswerk
is. Hoewel hij als regisseur een zekere macht heeft, moet hij
die wel delen wil hij tot een interessant en veelzijdig
resultaat komen. Ondanks het feit dat hij voor de opnames tot in
de details weet wat hij wil bereiken is dit niet meer dan een
kader waarbinnen hij ruimte schept voor zijn medespelers. En bij
The Emperor’s Wife waren die medewerkers uit niet minder dan 14
verschillende landen afkomstig, zonder dat dat ooit voor
problemen heeft gezorgd. Terecht een resultaat om trots op te
zijn en een film die, vandaag meer dan ooit, de moeite is om
gezien en gehoord te worden. |
|