
Officiële
site
met trailer |
12 10 2004
Regie:
Scenario:
Fotografie:
Muziek:
Montage:
Vertolking: |
+ Flatlife (Jonas Geirnaert) - Prijs van de
Jury Cannes 2004 Dag van de Vlaamse
Film Felix van Groeningen
Felix van Groeningen
Ruben Impens
Dewaele Brothers
Nico Leunen
Titus Devoogdt (Steve), Delfine Bafort (Sky),
Johan Heldenbergh (Jean-Claude), Romy Bollion (Charlotte) |
|
|
 |
‘Steve + Sky’ ? Het plusteken in het midden van de titel van
deze Belgische film is niet onbelangrijk : het verwijst naar Baz
Luhrmanns kleurrijke en hedendaagse film ‘ Romeo + Juliet’, een
verhaal van de juiste mensen op de verkeerde plaats. Ook ‘Steve
+ Sky’ gaat over liefde op het eerste zicht tussen twee mensen
in niet zo ideale omstandigheden. Maar waar in het
oorspronkelijke stuk van ene William Shakespeare de sociale
achtergrond de bloei van de relatie verhindert, zijn het hier de
achtergrond en de karakters van de betrokken personages zelf die
voor vuurwerk zorgen. De geliefden vechten niet voor elkaar
tegen tradities, vetes en vooroordelen, maar vechten met
zichzelf en soms zelfs met elkaar in hun onvermogen om tot
toenadering te komen. Een vertaling naar de hedendaagse,
westerse mentaliteit en samenleving van het verhaal van de
onmogelijke liefde, die lijkt terug te grijpen naar veel oudere
versies, waarbij het noodlot en de goden de geliefden uit elkaar
houden. Het zijn hun eigen demonen die roet in het eten gooien.
‘Steve + Sky’ is de debuutfilm van Felix Van Groeningen, een
26-jarige jongeman uit het Gentse. En dat laatste is een
dominante factor in de film die ‘Steve + Sky’ geworden is. Heel
de crew vormt een soort van jong Gents geweld met een
mentaliteit die je enkel in die Vlaamse stad terugvindt. Enige
zelfingenomenheid wordt gecombineerd met mateloos enthousiasme
en een fascinatie voor alles wat extravagant, blits, cool of
volks is. Je herkent het aan verschillende elementen in de film,
maar nog het meest aan het accent. Alle persona-ges spreken
Gents, het is de taal die bij het universum past dat wordt
opgeroepen. En dat universum combineert het volkse met het
extravagante en het exclusieve: de Kortrijksesteen-weg, de
verbindingsweg tussen Deinze en Sint-Martens-Latem. Naast
autohandelaars en tuindealers vindt u daar, zoals op zoveel
soortgelijke steenwegen, de stripteasebars en hoerenkoten. En
daar vond Van Groeningen de geschikte locatie voor zijn verhaal,
dat net zoals de steenweg wel ergens naartoe lijkt te gaan maar
toch verdwaalt in nacht en neon. De filmbende ging zelf op
strooptocht naar ideeën langs plaatsen die hen fascineerden en
ver-werkten deze impressies met persoonlijke motieven in
maandenlange improvisatiesessies en repetities. Met een laag
budget werd dan uiteindelijk de film ingeblikt. Het resultaat is
een eigenzinnige prent, onconventioneel qua vorm en bevreemdend
qua inhoud.
Steve is een boefje, gepakt voor het dealen van XTC en
gefrustreerd door een mislukte relatie. In de gevangenis maakte
hij kennis met Jean-Claude die hij na zijn vrijlating opzoekt in
de bar waarvan die eigenaar is. Mannen maken plannen, zeker in
de cel. Vanaf nu wil Steve zich enkel nog met zichzelf
bezighouden, altijd rechtdoor gaan in het leven zonder voor
iemand te moeten wijken. Maar deze kersverse levensfilosofie
wordt danig op de proef gesteld wanneer hij in de bar van
Jean-Claude kennismaakt met Sky. Sky is een ‘ex-hoer’ en
stripteaseuse die zich door haar vorige vriend misbruikt voelt,
maar geen blijf weet met de ontstane leegte in haar sociale
leven. Zoals te verwachten doet Eros een aanval op deze
getormenteerde zielen, die vanaf dat moment dreigen te verdwalen
in het kunstmatige universum waarin ze zich ophouden. De
nuchterheid van Jean-Claude geeft beiden af en toe een
referentiepunt, maar verder verliezen beide geliefden steeds
vaker de grenzen van ruimte en tijd uit het oog. Begin en einde
sluiten bij elkaar aan, leven en dood doen een rondedans.
Aan deze lichte maar desoriënterende inhoud wordt op een
eigenzinnige manier vorm gegeven. Vooreerst is er de
beeldkwaliteit, die bewust ‘slecht’ is gehouden. Dat wil zeggen:
er is met 16mm film gefilmd, later ‘opgeblazen’ naar het normale
35-mm bioscoopformaat wat een ruwer, meer korrelig geeft. Hier
wordt dit ‘realistische’ effect echter toegepast op een verhaal
dat hoe langer hoe minder realistisch wordt, waardoor het
herkenbare en het vreemde met elkaar in duel gaan. Binnen het
kleurrijke decor zou men hier eerder een zuivere cinematografie
verwacht hebben, maar dan zou het verhaal er heel anders zijn
uitgekomen. Om de decors alsnog hun werk te laten doen, werd
gebruik gemaakt van zgn. omkeerfilm, waarbij de kleuren een
verzadigd effect krijgen. Al deze technieken staan ten dienste
van het creëren van een dubbelzinnig filmisch universum. De
montage doet met hetzelfde opzet haar eigen werk. Zonder te veel
te verklappen, kunnen we al vertellen dat het verhaal niet
chronologisch verteld wordt, maar door elkaar wordt geschud tot
een nieuwe tijdsstructuur met een eigen ritmiek. Dit ritme wordt
mee bepaald door een aantal steeds weerkerende beeldmotieven:
Sky, dansend op een zebrapad, rijdend op een blinkende motor of
op de loop voor de politie.
Er is nog een verhaal in het verhaal, over een twist tussen een
vader en zijn zoon. Verstaan-baar, maar met een eigen betekenis
voor de verschillende personages en te nemen of te laten voor de
toeschouwer. En dan is er natuurlijk nog de geluidsband. Om de
kijker een rad voor de ogen te draaien wordt er regelmatig
gespeeld met de combinatie van beeld en geluid. Zo loopt één
conversatie vloeiend over in twee verschillende locaties. En af
en toe horen we een vertelstem, maar die komt niet van één
vertellen die alles vanuit diens perspectief aan de man brengt,
maar van verschillende personages en dus vanuit verschillende
hoeken. Opnieuw aan de toeschouwer om er zijn ding mee te doen.
Voor de muziek tekenden de Dewaele Brothers, twee muzikanten
annex DJ’s van eigen bodem die de film opfleuren met
uiteenlopende muziek, van Marco Borsato tot het deuntje dat de
slagzin van de film is geworden: Beats of Love. Hoewel deze
muziek sterk de sfeer mee bepaalt, is ze toch meer dan
sfeermuziek. Vaak is ze een belangrijk onderdeel van het decor,
van de ruimte waarin de personages zich begeven.
Cameraman Ruben Impens, diens vader en producent Dirk Impens,
monteur Nico Leunen, regisseur Felix Van Groenigen en de
verschillende acteurs vullen elkaar goed aan. Toch vertelt het
geheel geen eenduidige levensvisie, valt er geen expliciete of
impliciete boodschap te destilleren. Het is veeleer een collage
van indrukken, uitspraken, sfeerbeelden, acties en reacties, die
bedoeld zijn om de toeschouwer te raken op plaatsen waar hij of
zij het nu eens wel, dan weer niet verwacht. De personages
vormen ook minder in elkaar passende puzzelstukken van een
verhaal, dan wel afzonderlijke eilandjes, die af en toe, hard of
zacht, met elkaar in aanraking komen. Titus De Voogt, die te
zien was als plakker in’ Any Way the Wind Blows’, zet hier een
heel ander, meer gesloten personage neer. Symbolisch voor dit
personage zijn de scènes op de fetisjachtige Ducati 748, razend
over de steenweg, met de blik op oneindig en het verstand op
nul. De angst om verkeerde keuzes te maken doet hem ze zo lang
negeren totdat hij gedwongen wordt tot gevaarlijke manoevers.
Topmodel Delphine Bafort maakt, met haar universele uitstraling,
regionale uitspraak en schaarse kledij, van Sky een personage
dat zeer direct overkomt, maar toch onbereikbaar blijft. Ze is
niet op haar mondje gevallen, maar lijkt toch regelmatig vaste
grond onder de voeten te missen. Waarom beide personages doen
wat ze doen blijft, ondanks de uitleg die we krijgen, een
levensgroot vraagteken. ‘Steve + Sky’, blijkt een som zonder
uitkomst, maar een verrassend boeiende film overe mensen
onderweg. |
|