.: 2004-2005  Deel 1 :.

02-03 Deel    2 05-06 Deel 1 2 08-09 Deel 1 2  
03-04 Deel 1 2 06-07 Deel 1 2 09-10 Deel 1 2  
04-05 Deel 1 2 07-08 Deel 1 2

 

 

Officiële site
met trailer

12 10 2004

 

 

Regie:
Scenario:
Fotografie:
Muziek:
Montage:
Vertolking:

STEVE + SKY België 2003 100'

+ Flatlife (Jonas Geirnaert) - Prijs van de Jury Cannes 2004

Dag van de Vlaamse Film

Felix van Groeningen
Felix van Groeningen
Ruben Impens
Dewaele Brothers
Nico Leunen
Titus Devoogdt (Steve), Delfine Bafort (Sky),
Johan Heldenbergh (Jean-Claude), Romy Bollion (Charlotte)


‘Steve + Sky’ ? Het plusteken in het midden van de titel van deze Belgische film is niet onbelangrijk : het verwijst naar Baz Luhrmanns kleurrijke en hedendaagse film ‘ Romeo + Juliet’, een verhaal van de juiste mensen op de verkeerde plaats. Ook ‘Steve + Sky’ gaat over liefde op het eerste zicht tussen twee mensen in niet zo ideale omstandigheden. Maar waar in het oorspronkelijke stuk van ene William Shakespeare de sociale achtergrond de bloei van de relatie verhindert, zijn het hier de achtergrond en de karakters van de betrokken personages zelf die voor vuurwerk zorgen. De geliefden vechten niet voor elkaar tegen tradities, vetes en vooroordelen, maar vechten met zichzelf en soms zelfs met elkaar in hun onvermogen om tot toenadering te komen. Een vertaling naar de hedendaagse, westerse mentaliteit en samenleving van het verhaal van de onmogelijke liefde, die lijkt terug te grijpen naar veel oudere versies, waarbij het noodlot en de goden de geliefden uit elkaar houden. Het zijn hun eigen demonen die roet in het eten gooien.

‘Steve + Sky’ is de debuutfilm van Felix Van Groeningen, een 26-jarige jongeman uit het Gentse. En dat laatste is een dominante factor in de film die ‘Steve + Sky’ geworden is. Heel de crew vormt een soort van jong Gents geweld met een mentaliteit die je enkel in die Vlaamse stad terugvindt. Enige zelfingenomenheid wordt gecombineerd met mateloos enthousiasme en een fascinatie voor alles wat extravagant, blits, cool of volks is. Je herkent het aan verschillende elementen in de film, maar nog het meest aan het accent. Alle persona-ges spreken Gents, het is de taal die bij het universum past dat wordt opgeroepen. En dat universum combineert het volkse met het extravagante en het exclusieve: de Kortrijksesteen-weg, de verbindingsweg tussen Deinze en Sint-Martens-Latem. Naast autohandelaars en tuindealers vindt u daar, zoals op zoveel soortgelijke steenwegen, de stripteasebars en hoerenkoten. En daar vond Van Groeningen de geschikte locatie voor zijn verhaal, dat net zoals de steenweg wel ergens naartoe lijkt te gaan maar toch verdwaalt in nacht en neon. De filmbende ging zelf op strooptocht naar ideeën langs plaatsen die hen fascineerden en ver-werkten deze impressies met persoonlijke motieven in maandenlange improvisatiesessies en repetities. Met een laag budget werd dan uiteindelijk de film ingeblikt. Het resultaat is een eigenzinnige prent, onconventioneel qua vorm en bevreemdend qua inhoud.

Steve is een boefje, gepakt voor het dealen van XTC en gefrustreerd door een mislukte relatie. In de gevangenis maakte hij kennis met Jean-Claude die hij na zijn vrijlating opzoekt in de bar waarvan die eigenaar is. Mannen maken plannen, zeker in de cel. Vanaf nu wil Steve zich enkel nog met zichzelf bezighouden, altijd rechtdoor gaan in het leven zonder voor iemand te moeten wijken. Maar deze kersverse levensfilosofie wordt danig op de proef gesteld wanneer hij in de bar van Jean-Claude kennismaakt met Sky. Sky is een ‘ex-hoer’ en stripteaseuse die zich door haar vorige vriend misbruikt voelt, maar geen blijf weet met de ontstane leegte in haar sociale leven. Zoals te verwachten doet Eros een aanval op deze getormenteerde zielen, die vanaf dat moment dreigen te verdwalen in het kunstmatige universum waarin ze zich ophouden. De nuchterheid van Jean-Claude geeft beiden af en toe een referentiepunt, maar verder verliezen beide geliefden steeds vaker de grenzen van ruimte en tijd uit het oog. Begin en einde sluiten bij elkaar aan, leven en dood doen een rondedans.

Aan deze lichte maar desoriënterende inhoud wordt op een eigenzinnige manier vorm gegeven. Vooreerst is er de beeldkwaliteit, die bewust ‘slecht’ is gehouden. Dat wil zeggen: er is met 16mm film gefilmd, later ‘opgeblazen’ naar het normale 35-mm bioscoopformaat wat een ruwer, meer korrelig geeft. Hier wordt dit ‘realistische’ effect echter toegepast op een verhaal dat hoe langer hoe minder realistisch wordt, waardoor het herkenbare en het vreemde met elkaar in duel gaan. Binnen het kleurrijke decor zou men hier eerder een zuivere cinematografie verwacht hebben, maar dan zou het verhaal er heel anders zijn uitgekomen. Om de decors alsnog hun werk te laten doen, werd gebruik gemaakt van zgn. omkeerfilm, waarbij de kleuren een verzadigd effect krijgen. Al deze technieken staan ten dienste van het creëren van een dubbelzinnig filmisch universum. De montage doet met hetzelfde opzet haar eigen werk. Zonder te veel te verklappen, kunnen we al vertellen dat het verhaal niet chronologisch verteld wordt, maar door elkaar wordt geschud tot een nieuwe tijdsstructuur met een eigen ritmiek. Dit ritme wordt mee bepaald door een aantal steeds weerkerende beeldmotieven: Sky, dansend op een zebrapad, rijdend op een blinkende motor of op de loop voor de politie.

Er is nog een verhaal in het verhaal, over een twist tussen een vader en zijn zoon. Verstaan-baar, maar met een eigen betekenis voor de verschillende personages en te nemen of te laten voor de toeschouwer. En dan is er natuurlijk nog de geluidsband. Om de kijker een rad voor de ogen te draaien wordt er regelmatig gespeeld met de combinatie van beeld en geluid. Zo loopt één conversatie vloeiend over in twee verschillende locaties. En af en toe horen we een vertelstem, maar die komt niet van één vertellen die alles vanuit diens perspectief aan de man brengt, maar van verschillende personages en dus vanuit verschillende hoeken. Opnieuw aan de toeschouwer om er zijn ding mee te doen. Voor de muziek tekenden de Dewaele Brothers, twee muzikanten annex DJ’s van eigen bodem die de film opfleuren met uiteenlopende muziek, van Marco Borsato tot het deuntje dat de slagzin van de film is geworden: Beats of Love. Hoewel deze muziek sterk de sfeer mee bepaalt, is ze toch meer dan sfeermuziek. Vaak is ze een belangrijk onderdeel van het decor, van de ruimte waarin de personages zich begeven.

Cameraman Ruben Impens, diens vader en producent Dirk Impens, monteur Nico Leunen, regisseur Felix Van Groenigen en de verschillende acteurs vullen elkaar goed aan. Toch vertelt het geheel geen eenduidige levensvisie, valt er geen expliciete of impliciete boodschap te destilleren. Het is veeleer een collage van indrukken, uitspraken, sfeerbeelden, acties en reacties, die bedoeld zijn om de toeschouwer te raken op plaatsen waar hij of zij het nu eens wel, dan weer niet verwacht. De personages vormen ook minder in elkaar passende puzzelstukken van een verhaal, dan wel afzonderlijke eilandjes, die af en toe, hard of zacht, met elkaar in aanraking komen. Titus De Voogt, die te zien was als plakker in’ Any Way the Wind Blows’, zet hier een heel ander, meer gesloten personage neer. Symbolisch voor dit personage zijn de scènes op de fetisjachtige Ducati 748, razend over de steenweg, met de blik op oneindig en het verstand op nul. De angst om verkeerde keuzes te maken doet hem ze zo lang negeren totdat hij gedwongen wordt tot gevaarlijke manoevers. Topmodel Delphine Bafort maakt, met haar universele uitstraling, regionale uitspraak en schaarse kledij, van Sky een personage dat zeer direct overkomt, maar toch onbereikbaar blijft. Ze is niet op haar mondje gevallen, maar lijkt toch regelmatig vaste grond onder de voeten te missen. Waarom beide personages doen wat ze doen blijft, ondanks de uitleg die we krijgen, een levensgroot vraagteken. ‘Steve + Sky’, blijkt een som zonder uitkomst, maar een verrassend boeiende film overe mensen onderweg.