
Officiële
site
met trailer |
26 10 2004
Regie:
Scenario:
Fotografie:
Montage:
Vertolking: |
Bernardo Bertolucci
Gilbert Adair
Fabio Cianchetti
Jacopo Quadri
Michael Pitt (Matthew), Eva Green (Isabelle, Louis Garrel
(Théo),
Robin Renucci (de vader), Anna Chancellor (de moeder) |
|
|
 |
Mei 68 : een mythe voor velen, een verrijkende ervaring voor
sommigen, een mijlpaal in de mentaliteitsgeschiedenis, een
keerpunt in zeden en gewoonten ? Alleszins een punt van
discussie. De Italiaanse grootmeester van beklijvende films,
Bernardo Bertolucci, die, picturaal en inhoudelijk,
grensverleggend werk afleverde met ‘Prima della Rivoluzione’,
‘Il Conformista’, ‘Last Tango in Paris’, ‘La Luna’, ‘Novecento’,
‘The Last Emperor’ en ‘Stealing Beuty’ keert, in deze uitdagende
maar filmisch oogstrelende evocatie van jongeren op weg naar hun
toekomst, terug naar zijn basisthematiek : de hoop op
verandering, een soort beroezend gemeenschapsgevoel, de
ontdekking van onvermoede horizonten in leven en wel-zijn,
onbevredigd hunkerend naar nieuwe ervaringen, op weg naar eigen
ontwikkeling, wars van normen die als verstikkend werden
ervaren. Was dit een jongensdroom of werkelijkheid, ‘wishful
thinking’ of een geestesverruimend scharniermoment ?
Wat het ook voor jongeren toen betekend heeft, Mei ’68 was een
periode van bewustwording, persoonlijk en maatschappelijk, een
‘déclic’ die je niet onberoerd liet, onverschilligheid vrijwel
onmogelijk maakte en een uitnodiging tot engagement vertolkte.
Een tijd waar ‘de verbeelding aan de macht’ wou komen, tegen
grijze bureaucratie en ‘establishment’ in. Ontegensprekelijk is
dit een uitgelezen onderwerp om filmisch gestalte te geven, in
al zijn bedrieglijke verleidelijkheid en blijvende actualiteit.
Katalysators bij dit alles waren het oorlogsgeweld in Vietnam,
de beginnende vrouwenemancipatie en de wenkende sexuele
revolutie die komaf zou maken met vele traditionele waarden. Een
soms pijnlijk ontwaken dat ingrijpend de ontwikkelingen stuurde
van het laatste kwart van de woelige 20ste eeuw, een eeuw van
breekpunten en ontwrichting, met heel wat nostalgie naar een
opener maatschappij, Bob Dylan achterna : ‘The Times are a
changing’.
Bertolucci verweeft al deze thema’s met de betekenis van het
filmmedium als venster op de wereld. Tenslotte begon Mei ’68 met
het ontslag van Henri Langlois, motor en animator van
Cinémathèque de France in het Palais de Chaillot aan het
Trocadéro, leerschool van de ‘Nouvelle Vague’, wieg van Godard,
Truffaut, Malle, Resnais, Rivette, Bresson, Clouzot en andere
Franse filmregisseurs. De stakingen van de arbeiders van Renault
en de studenten-revolte o.l.v. Cohn-Bendit, huidig
Ecolo-Eurparlementslid, waren er het uitvloeisel van dat
President Charles De Gaulle en cultuurminister André Malraux in
de gordijnen joeg. Van Berkeley tot Berlijn, van Parijs tot
Leuven, liet de Mei - revolte een nieuwe geest waaien die vele
zekerheden tijdelijk op de helling zette en, zonder twijfel, de
mentaliteit van de jongere generatie jarenlang beïnvloedde. Dat
de droom het niet haalde van de werkelijkheid is een
vaststelling die enkel verzuurde mensen ontgoochelde, maar doet
niets af van het enthousias-me en de inzet die een hele
generatie vol goede bedoelingen kleurde. Het kille cynisme van
gevestigde machten en structuren werkte als een verlammend
vergif dat een bevrijdende mentaliteitswijziging geen ruimte
gunde. Er is, in wezen, niet erg veel veranderd : de
gene-ratiekloof blijft doorheen de geschiedenis een motor voor
verandering, hoe geleidelijk ook. Met een verlies van onschuld
als gevolg ?
Wat Bertolucci ons als film serveert is slechts een fractie van
de werkelijkheid van toen. Dat vele jongeren niet meteen
dezelfde extreme ervaringen beleefden, doet niets af van de
ero-tische charme die het triootje in ‘The Dreamers’ uitstraalt,
ondanks de tabou - doorbrekende scènes en de soms gewaagde
suggesties. Het thema van het ‘ménage à trois’ dat evolueert
naar een ‘Bande à part’, ‘far from the madding crowd’, is een
klassiek gegeven dat uitdagend blijft en terecht discussies
uitlokt. Identificatie is hier niet op zijn plaats, ook al is
herkenbaar-heid troef.
Het is meteen een verwijzing naar onze actualiteit : een tijd
van luxe en onverschilligheid, individuele genieting zonder al
te veel sociale betrokkenheid, ondanks de geboden mogelijk-heden
om beter te doen voor anderen rondom ons. Dat betogingen ( o.a.
van Anti-Globalisten) veeleer symptomatisch zijn voor de
dringende vraag naar verandering ten voordele van kans-loze
meerderheden, geeft alleen aan dat, op beleidsniveau, niet
altijd de moedigste en meest efficiënte keuzes worden gemaakt.
Angst is overigens een slechte raadgever. Jongeren voelen dat
aan en gaan dan ook eerst voor zichzelf, in afwachting dat ze
meer armslag verwerven : hun radicalisme hoeft niet altijd te
verwonderen. En zolang iemand revolteert, leeft hij, zei Camus.
Ook hij was wars van manipulatie.
Tenslotte gaat ‘The Dreamers’ ook over het feit dat cinema het
leven niet is en het leven geen cinema, ook al blijkt uit deze
‘First Tango’ over jongeren veelal het tegendeel. De
wederzijd-se beïnvloeding van beeld en realiteit geeft immers
meer dan ooit aan dat in onze media-maatschappij velen hun
dromen voor werkelijkheid nemen, met alle risico’s vandien. En
wie zal jongeren beletten om te dromen, vermits ze nog tijd over
hebben om in te stappen in een systeem dat hen niet altijd als
een ideaal toelacht : zelfs een overgangsperiode kan positief
zijn voor latere uitdagingen. Emoties en vriendschappen zijn hun
terrein. Niet alleen in films. Ook in hun dagelijks leven
experimenteren ze, op weg naar zichzelf en naar anderen.
Daar-over heeft Bertolucci een intrigerende film gemaakt,
controversieel, gepassioneerd en gedurfd. Zijn ‘gelijk’ is niet
meteen het onze, maar ‘The Dreamers’ blijft een boeiende,
oogstrelende film die, terecht, stof tot nadenken geeft, o.a.
over ons eigen tegensprekelijk gelijk en de drang naar
verkenning van jongeren, tegendraads. Ook vandaag. |
|