
Officiële site
met trailer |
10 01 2006 Regie:
Scenario:
Fotografie:
Montage:
Muziek:
Vertolking: |
|
VERLENGD WEEKEND |
België |
2005 |
90' |
Hans Herbots
Pierre Declercq
Danny Elsen
Nico Leunen
Fonny De Wulf
Jan Decleir (Jos), Wouter Hendrickx (Nico), Koen De Bouw
(Christian),
Veerle Baetens (Lisa), Els Olaerts (Martha)
|
|
|
Tussen Vlaamse humor en sociale werkelijkheid
 |
Het ontslag van filmintendant Luckas Vander Taelen als hoofd van
het Vlaams Audiovisueel Fonds wakkert het debat over film in
Vlaanderen nog maar eens aan. Aloude vragen komen terug. Zijn we
goed bezig als we alleen maar films maken die veel volk lokken ?
Zou het zo zijn dat het VAF sinds zijn oprichting drie jaar
geleden meer commerciële films subsidieerde en weinig oog had
voor de auteursfilm ? Dat zou dan een verklaring kunnen zijn dat
de Vlaamse film nog steeds geen internationale doorbraak heeft
gekend, enkele uitzonderingen niet te na gesproken. Dit in
tegenstelling tot de Waalse film die met de gebroeders Dardenne
(en anderen) de successen aan elkaar rijgt. Heeft het überhaupt
zin om te spreken over Vlaamse cinema ? Moeten we ons niet
richten tot internationale coproducties? Vandaar ook dat er meer
en meer stemmen opgaan om de overheidssubsidies voor film gewoon
af te schaffen en enkel een beroep te doen op privé-kapitaal.
Hoe dan ook, na drie jaar VAF staat er eindelijk een structuur
in het Vlaams filmlandschap. Mede dank zij deze overheidssteun
was het bij de VTM mogelijk het televisieproject Faits Divers op
te richten, een filmserie van zeven afzonderlijke langspelers
die vooral tot doel heeft jonge filmmakers de kans te geven
ervaring op te doen. Nieuw voor Vlaanderen aan het project is de
doorgedreven samenwerking tussen TV, filmwereld én de coaching
door het VAF, van scenario, over productie tot release. Alle
films van dit project werden met een low budget gemaakt maar
dankzij de interesse van enkele distributeurs kunnen zij rekenen
op een bioscooprelease. In de filmsector wordt dit fenomeen
echter met veel argusogen gevolgd. De vrees bestaat dat, mochten
die films succes oogsten, low-budgetfilms de optie wordt voor de
toekomst, waardoor cast en crew bijna verplicht worden voor een
habbekrats te werken en vele overuren te presteren in een korte
tijdsspanne.
Verlengd Weekend is een onderdeel van deze TV-filmserie. De film
werd gemaakt in 17 draaidagen. Het totaalbudget was 771 000 € en
de subsidiëring van het VAF bedroeg 412 500 €. Erg hoog waren
onze verwachtingen dan ook niet toen we de film gingen bekijken.
Toch moeten we bekennen aangenaam verrast te zijn door deze film
van Hans Herbots (bekend van Falling). Met prettige verbazing
hebben we gekeken naar deze “dramatische komedie” die doet
lachen wanneer ze grappig wil zijn en doet meeleven waar ze
dramatisch wil zijn. Kortom, een lach en een traan met een
knipoogje naar een aantal Amerikaanse en vooral Britse
voorbeelden (o.a. Brassed Off).
In het begin van Verlengd Weekend wordt de rijke industrieel
Christian Van den Heuvel (Koen de Bouw) het slachtoffer van een
homejacking. In eerste instantie lijkt het niets meer te zijn
dan twee gewone gangsters die uit zijn op een snelle buit. Tot
zijn grote verbazing blijkt het evenwel om twee ex-werknemers te
gaan voor wie deze overval de enige manier is om voor zichzelf
en hun ontslagen werkmakkers alsnog een gunstige ontslagregeling
te bekomen. Maar ook de twee gijzelnemers Jos (Jan Decleir) en
Nico (Wouter Hendrickx) vallen van de ene verbazing in de
andere, zeker wanneer de minnares (Veerle Baetens) van de
industrieel opduikt.
De eerste helft van de film is ronduit hilarisch. Situatiehumor
en woordhumor wisselen elkaar af. En Hans Herbots, die zeer goed
schijnt aan te voelen wat werkt en wat niet, durft zelfs
momenten van slapstick aan. Iedere filmmaker weet hoe moeilijk
dergelijke “domme” humor is met personages die tegen elkaar
botsen, omvallen… In het tweede deel verandert de sfeer van de
film. De spanning en de emoties lopen langzaam op. De toon wordt
ernstiger en de gijzelingsactie wordt alsmaar hectischer. Het is
duidelijk dat Herbots, net zoals in Falling, geen vrijblijvende
cinema maakt en de kijker een sociale thematiek wil aanreiken.
Die gaat over onverantwoord gedrag van de bedrijfsleiding, over
de sensatiezucht van de media, over de afbrokkelende
solidariteit onder de werknemers… Op een subtiele wijze weet de
regisseur ook een aantal diepmenselijke problemen te verweven
met deze sociale boodschap : de relatie vader-zoon,
vader-dochter, de keuzes die mensen moeten maken, soms te snel,
en de gevolgen ervan… De verandering van toon in de film wordt
perfect geïllustreerd door de evolutie die het personage van Jos
doormaakt. Op het einde van de film lijkt hij wel gelouterd en
de toespraak die hij ten beste geeft is voor hem de enige manier
om met een beetje waardigheid verder te leven. Spijt heeft hij
niet, wat de gevolgen van zijn daden ook zijn.
De film wordt gedragen door vier schitterende acteurs. Wat Koen
De Bouw en Jan Decleir kunnen is al langer bekend. Wat de
jongeren Veerle Baetens en Wouter Hendrickx qua naturel,
komische timing en romantische uitstraling presenteren, is een
aangename verrassing.
Hoewel vele filmcritici de film “te braaf, te weinig origineel
vinden om zijn promotie tot bioscoopfilm volledig te kunnen
rechtvaardigen,” bewijst Herbots eens te meer dat Vlaamse
regisseurs entertainment op niveau aankunnen. Een meesterwerk is
het zeker niet maar binnen de beperkingen van de middelen is het
zowat het best denkbare product van eigen bodem. Er is in
Vlaanderen genoeg talent aanwezig, zowel bij de acteurs en
actrices, de scenarioschrijvers als bij de regisseurs. De vraag
is of zij altijd de verdiende kans krijgen. Ondertussen dient
het systeem voor de toekenning van subsidies volgens
Cultuurminister Anciaux grondig te worden gewijzigd, in
afwachting van de “culturele investeringsmaatschappij”, waar
hij, naar eigen zeggen, veel van verwacht. Volgens vele
regisseurs, zowel oude als jonge, is het echter veel
belangrijker een positieve sfeer te creëren die de film een
volwaardige plaats biedt binnen het cultuurlandschap. Hoe dan
ook, er moet werk worden gemaakt van een echt filmbeleid,
gestoeld op overleg (en geen ruzie) tussen de verschillende
partners, waarin begrippen als lef en eigenzinnigheid geen dode
letter blijven. Alleen dan heeft de Vlaamse film een toekomst !
|
|
 |
|