.: 2005-2006  Deel 2 :.

02-03 Deel    2 05-06 Deel 1 2 08-09 Deel 1 2  
03-04 Deel 1 2 06-07 Deel 1 2 09-10 Deel 1 2  
04-05 Deel 1 2 07-08 Deel 1 2

 

 

 

Officiële site
met trailer

10 01 2006

Regie:
Scenario:
Fotografie:
Montage:
Muziek:
Vertolking:

VERLENGD WEEKEND België 2005 90'

Hans Herbots
Pierre Declercq
Danny Elsen
Nico Leunen
Fonny De Wulf
Jan Decleir (Jos), Wouter Hendrickx (Nico), Koen De Bouw (Christian),
Veerle Baetens (Lisa), Els Olaerts (Martha)
 

Tussen Vlaamse humor en sociale werkelijkheid

Het ontslag van filmintendant Luckas Vander Taelen als hoofd van het Vlaams Audiovisueel Fonds wakkert het debat over film in Vlaanderen nog maar eens aan. Aloude vragen komen terug. Zijn we goed bezig als we alleen maar films maken die veel volk lokken ? Zou het zo zijn dat het VAF sinds zijn oprichting drie jaar geleden meer commerciële films subsidieerde en weinig oog had voor de auteursfilm ? Dat zou dan een verklaring kunnen zijn dat de Vlaamse film nog steeds geen internationale doorbraak heeft gekend, enkele uitzonderingen niet te na gesproken. Dit in tegenstelling tot de Waalse film die met de gebroeders Dardenne (en anderen) de successen aan elkaar rijgt. Heeft het überhaupt zin om te spreken over Vlaamse cinema ? Moeten we ons niet richten tot internationale coproducties? Vandaar ook dat er meer en meer stemmen opgaan om de overheidssubsidies voor film gewoon af te schaffen en enkel een beroep te doen op privé-kapitaal.

Hoe dan ook, na drie jaar VAF staat er eindelijk een structuur in het Vlaams filmlandschap. Mede dank zij deze overheidssteun was het bij de VTM mogelijk het televisieproject Faits Divers op te richten, een filmserie van zeven afzonderlijke langspelers die vooral tot doel heeft jonge filmmakers de kans te geven ervaring op te doen. Nieuw voor Vlaanderen aan het project is de doorgedreven samenwerking tussen TV, filmwereld én de coaching door het VAF, van scenario, over productie tot release. Alle films van dit project werden met een low budget gemaakt maar dankzij de interesse van enkele distributeurs kunnen zij rekenen op een bioscooprelease. In de filmsector wordt dit fenomeen echter met veel argusogen gevolgd. De vrees bestaat dat, mochten die films succes oogsten, low-budgetfilms de optie wordt voor de toekomst, waardoor cast en crew bijna verplicht worden voor een habbekrats te werken en vele overuren te presteren in een korte tijdsspanne.

Verlengd Weekend is een onderdeel van deze TV-filmserie. De film werd gemaakt in 17 draaidagen. Het totaalbudget was 771 000 € en de subsidiëring van het VAF bedroeg 412 500 €. Erg hoog waren onze verwachtingen dan ook niet toen we de film gingen bekijken. Toch moeten we bekennen aangenaam verrast te zijn door deze film van Hans Herbots (bekend van Falling). Met prettige verbazing hebben we gekeken naar deze “dramatische komedie” die doet lachen wanneer ze grappig wil zijn en doet meeleven waar ze dramatisch wil zijn. Kortom, een lach en een traan met een knipoogje naar een aantal Amerikaanse en vooral Britse voorbeelden (o.a. Brassed Off).

In het begin van Verlengd Weekend wordt de rijke industrieel Christian Van den Heuvel (Koen de Bouw) het slachtoffer van een homejacking. In eerste instantie lijkt het niets meer te zijn dan twee gewone gangsters die uit zijn op een snelle buit. Tot zijn grote verbazing blijkt het evenwel om twee ex-werknemers te gaan voor wie deze overval de enige manier is om voor zichzelf en hun ontslagen werkmakkers alsnog een gunstige ontslagregeling te bekomen. Maar ook de twee gijzelnemers Jos (Jan Decleir) en Nico (Wouter Hendrickx) vallen van de ene verbazing in de andere, zeker wanneer de minnares (Veerle Baetens) van de industrieel opduikt.

De eerste helft van de film is ronduit hilarisch. Situatiehumor en woordhumor wisselen elkaar af. En Hans Herbots, die zeer goed schijnt aan te voelen wat werkt en wat niet, durft zelfs momenten van slapstick aan. Iedere filmmaker weet hoe moeilijk dergelijke “domme” humor is met personages die tegen elkaar botsen, omvallen… In het tweede deel verandert de sfeer van de film. De spanning en de emoties lopen langzaam op. De toon wordt ernstiger en de gijzelingsactie wordt alsmaar hectischer. Het is duidelijk dat Herbots, net zoals in Falling, geen vrijblijvende cinema maakt en de kijker een sociale thematiek wil aanreiken. Die gaat over onverantwoord gedrag van de bedrijfsleiding, over de sensatiezucht van de media, over de afbrokkelende solidariteit onder de werknemers… Op een subtiele wijze weet de regisseur ook een aantal diepmenselijke problemen te verweven met deze sociale boodschap : de relatie vader-zoon, vader-dochter, de keuzes die mensen moeten maken, soms te snel, en de gevolgen ervan… De verandering van toon in de film wordt perfect geïllustreerd door de evolutie die het personage van Jos doormaakt. Op het einde van de film lijkt hij wel gelouterd en de toespraak die hij ten beste geeft is voor hem de enige manier om met een beetje waardigheid verder te leven. Spijt heeft hij niet, wat de gevolgen van zijn daden ook zijn.

De film wordt gedragen door vier schitterende acteurs. Wat Koen De Bouw en Jan Decleir kunnen is al langer bekend. Wat de jongeren Veerle Baetens en Wouter Hendrickx qua naturel, komische timing en romantische uitstraling presenteren, is een aangename verrassing.

Hoewel vele filmcritici de film “te braaf, te weinig origineel vinden om zijn promotie tot bioscoopfilm volledig te kunnen rechtvaardigen,” bewijst Herbots eens te meer dat Vlaamse regisseurs entertainment op niveau aankunnen. Een meesterwerk is het zeker niet maar binnen de beperkingen van de middelen is het zowat het best denkbare product van eigen bodem. Er is in Vlaanderen genoeg talent aanwezig, zowel bij de acteurs en actrices, de scenarioschrijvers als bij de regisseurs. De vraag is of zij altijd de verdiende kans krijgen. Ondertussen dient het systeem voor de toekenning van subsidies volgens Cultuurminister Anciaux grondig te worden gewijzigd, in afwachting van de “culturele investeringsmaatschappij”, waar hij, naar eigen zeggen, veel van verwacht. Volgens vele regisseurs, zowel oude als jonge, is het echter veel belangrijker een positieve sfeer te creëren die de film een volwaardige plaats biedt binnen het cultuurlandschap. Hoe dan ook, er moet werk worden gemaakt van een echt filmbeleid, gestoeld op overleg (en geen ruzie) tussen de verschillende partners, waarin begrippen als lef en eigenzinnigheid geen dode letter blijven. Alleen dan heeft de Vlaamse film een toekomst !