Sla de krant open of zet de tv aan: bijna iedere dag worden we
geconfronteerd met berichten over het nu al jarenlang
aanslepende en uitzichtloze conflict tussen de Israëli’s en de
Palestijnen, zien we bulldozers huizen platrijden en beelden van
de zoveelste ravage, aangericht door een zelfmoordactivist die
zich genoodzaakt voelde zijn omstaanders en zichzelf in een bus
of op de markt de dood in te jagen.
Het Vredesproces lijkt in een vicieuze cirkel te zijn beland en
het ‘Land van God’ is voor velen verworden tot een hel op aarde.
Temidden van al deze ellende haalde de Neder- landse Palestijn
Hany Abu-Assad het in zijn hoofd “Paradise Now” op te nemen. Een
film die verhaalt vanuit een perspectief dat op zijn minst
onconventioneel te noemen is: namelijk dat van een
zelfmoordterrorist...“Het paradijs waar je naartoe wilt,
bestaat alleen in je hoofd.” “Liever het paradijs in mijn hoofd
dan de hel waarin we leven.”
De dialoog tussen Suha, een in Parijs opgegroeide vrouw die naar
Palestina is teruggekeerd, en Khaled, een
kandidaat-zelfmoordenaar, vat “Paradise now” perfect samen.
Ommuurd, uitgezogen, getreiterd en geslagen, dat is de
dagelijkse, hopeloze realiteit van de bezetting: een tunnel
waaruit nauwelijks is te ontsnappen en waarvan geen eind in
zicht is. De realiteit voor de meeste Palestijnen bestaat al
tientallen jaren uit een Israëlische onderdrukking waaraan de
rest van de wereld bijna schouderophalend voorbij gaat. Maar
legitimeert dat moord op Israëlische burgers? Die vraag wilde
Hany Abu-Assad met “Paradise now” niet beantwoorden, dat is
duidelijk. De film levert geen eenvoudige analyse van de
Israëlische bezetting en de daden die deze teweeg kan brengen.
Maar goed ook, want een eenvoudige analyse is er niet.
De film zoomt in op de laatste vierentwintig uur van twee
mannen die zijn 'uitverkoren' om als martelaar de geschiedenis
in te gaan. Khaled (Ali Suleiman) en Said (Kais Nashef) zijn
twee jonge Palestijnse vrienden en werken allebei in dezelfde
garage in Nablus. Khaled is een echte flierefluiter terwijl Said
geleerd heeft als oudste kind in een vaderloos gezin zijn
verantwoordelijkheden te nemen. Maar dit bemoeilijkt zijn
relatie met Suha (Lubna Azabal), de dochter van een Palestijnse
verzetsstrijder, die duidelijke gevoelens voor hem koestert.
Said’s vader was een collaborateur die werd geëxecuteerd toen
hij tien was. Dit bepaalt hem tot op de dag van vandaag in de
dingen die hij doet.
Als hij op een zekere dag samen met Khaled door de plaatselijke
Palestijnse militie gerekruteerd wordt om een zelfmoordaanslag
te plegen in Tel Aviv, lijkt hij dan ook vastbesloten deze, in
zijn ogen, eervolle taak te vervullen. Maar het nerveuze,
fatalistische enthousiasme van zijn vriend deelt hij nog niet.
Ze hebben nog een laatste avond met hun familie, maar mogen hen
niets laten weten. Zelfs afscheid nemen is uitgesloten…
Met ijzingwekkende precisie toont Abu-Assad de
voorbereidingen van de aanslag, maar ook de twijfel die in de
hoofden van de zelfmoordenaars woekert. Naarmate de film
vordert, stijgt de spanning zonder dat Abu-Assad in goedkope
psychologisering valt.
Abu-Assad laat verschillende personages langskomen die de
diverse kanten van deze bijna onvoorstelbare daad verwoorden. De
persoonlijke gewetensstrijd van de jongemannen is de eigenlijke
inzet van de film, niet zozeer het gewapende conflict tussen de
Palestijnen en de Israëli’s.
De regisseur toont bovendien duidelijk aan dat niet alle
zelfmoordenaars religieuze fundamentalisten zijn. De dagelijkse
onderdrukking van de Palestijnen door de Israëli’s, de
voortdurende vernederingen en de armtierige levensomstandigheden
in de bezette gebieden, lokken de zelfmoordacties uit. In dit
geval is religie niet de motor van de actie maar komt er alleen
zijdelings bij kijken.
De film is in ieder geval vrij van blind idealisme. Voor dat
simplisme is geen plek, daarvoor zijn de gebeurtenissen te
intens en te persoonlijk. Abu-Assad zegt met “Paradise Now” een
waardig inzicht te willen geven in het dagelijkse leven van
gewone mensen in hopeloze omstandigheden. Manoeuvrerend tussen
de persoonlijke verhalen en motieven van de personages weet
Abu-Assad een onderwerp dat door zijn complexiteit en politieke
gevoeligheden een artistiek mijnenveld op zichzelf is geworden,
overtuigend neer te zetten.
Hij maakte het zichzelf niet erg gemakkelijk door er voor te
kiezen de film vrijwel geheel in Nablus op te nemen.
Schietpartijen en explosies waren aan de orde van de dag en vaak
moest er onderhandeld worden met de Israëlische soldaten. Maar
ook de lokale bevolking moest voortdurend overtuigd worden van
de goede bedoelingen van de filmcrew. Aangezien Abu-Assad de
goedkeuring genoot van de meest invloedrijke groeperingen bleef
hij vastbesloten doorfilmen, ook op plekken waar tot dan toe
enkel camera’s van zelfmoordactivisten hadden gedraaid. Zes
Duitse filmtechnici kozen echter eieren voor hun geld en
verlieten de set.
Het resultaat mag er wezen. Gelegen in een smalle vallei en
zowel ingesloten als afgesloten door controlestations en
uitkijkposten ademt Nablus een claustrofobische, verstikkende
sfeer uit. De beelden van smalle straatjes en kapot geschoten
huizen staan in schril contrast tot de moderne wolkenkrabbers en
de brede boulevards van het nabijgelegen Tel Aviv. Opmerkelijk
is het moment waarop je als kijker beseft dat enkele shots
vanuit de auto niet anders dan ‘real life’ kunnen zijn opgenomen
en dat je je dus ineens buiten de veilige realiteit van de film
bevindt.
Wat ook werkt is Abu-Assad’s keuze voor twee onbekende
Palestijnse acteurs als protagonisten. Sterker nog, Nashef (Said)
en Suleiman (Khaled) maken met “Paradise Now” hun debuut op het
grote scherm, en zij doen dit met verve. Er is zelfs een kleine
Belgische link, aangezien Lubna Azabal (Suha) in het Brusselse
woont. Verder zal u enkele acteurs uit “The Syrian Bride”
herkennen.
Logisch dat deze film al enkele keren bekroond geworden is, o.a
met de Amnesty International Film Prize en tijdens de European
Film Awards in Berlijn in december met de award in de categorie
'beste scenario'. Bovendien wordt het ook de Palestijnse
Oscar-inzending. Het is pas voor de derde keer dat een film door
Palestina ingezonden kan worden, aangezien de Palestijnse
Autonome Gebieden tot voor kort niet als land werden erkend.
Tenslotte nog dit: in 1 van de talloze rapporten van de
Israëlische politie die Abu-Assad doornam ter voorbereiding van
zijn film, las hij de volgende anekdote:
Een zelfmoordenaar met de bommengordel om werd naar zijn doel
gereden. Onderweg werd nog een meisje opgepikt. Aanvankelijk
dacht hij dat ze een vorm van camouflage was, tot hij merkte dat
ze ook bommen op haar lichaam had. Op dat ogenblik wou hij niet
meer. Het meisje werd daar heel kwaad om, maar voor hem ging dit
te ver. Hij vond immers dat het de taak was van een vrouw om
leven te geven en wanneer zelfs een vrouw in staat was tot zo’n
acties, betekende dat voor hem het einde van het leven. De jonge
vrouw vond zijn idee dan weer ouderwets en had het over
emancipatie. Hij week echter niet meer van zijn standpunt en
blies de hele actie af.
Dat deze film ook in België brandend actueel is, hoeft geen
betoog wanneer de eerste West-Europese vrouwelijke kamikaze een
Belgisch meisje blijkt te zijn, Muriël Degauque, geboren en
getogen in een arbeiderscité nabij Charleroi en opgegroeid in
schijnbaar normale omstandigheden. Een filosofische bezinning
over zin en onzin van terreur die akelig dichtbij en universeel
blijkt te zijn, dat is “Paradise Now” ook.
|