.: 2005-2006  Deel 2 :.

02-03 Deel    2 05-06 Deel 1 2 08-09 Deel 1 2  
03-04 Deel 1 2 06-07 Deel 1 2 09-10 Deel 1 2  
04-05 Deel 1 2 07-08 Deel 1 2

 

 

 

Officiële site
met trailer

21 02 2006




Regie:
Scenario:
Fotografie:
Montage:
Vertolking:

PARADISE NOW Nederland
Israël
Duitsland
Frankrijk
2005 91'

Hany Abu-Assad
Hany Abu-Assad en Bero Beyer
Antoine Heberle
Sander Vos
Ali Suliman (Khaled), Kais Nashef (Saïd), Lubna Azabel (Suha), Amer
Hlebel (Jamal), Ashraf Barhoum (Aby-Karem)
 

Op zoek naar maagdelijkheid?

Sla de krant open of zet de tv aan: bijna iedere dag worden we geconfronteerd met berichten over het nu al jarenlang aanslepende en uitzichtloze conflict tussen de Israëli’s en de Palestijnen, zien we bulldozers huizen platrijden en beelden van de zoveelste ravage, aangericht door een zelfmoordactivist die zich genoodzaakt voelde zijn omstaanders en zichzelf in een bus of op de markt de dood in te jagen.
Het Vredesproces lijkt in een vicieuze cirkel te zijn beland en het ‘Land van God’ is voor velen verworden tot een hel op aarde. Temidden van al deze ellende haalde de Neder- landse Palestijn Hany Abu-Assad het in zijn hoofd “Paradise Now” op te nemen. Een film die verhaalt vanuit een perspectief dat op zijn minst onconventioneel te noemen is: namelijk dat van een zelfmoordterrorist...

“Het paradijs waar je naartoe wilt, bestaat alleen in je hoofd.” “Liever het paradijs in mijn hoofd dan de hel waarin we leven.”
De dialoog tussen Suha, een in Parijs opgegroeide vrouw die naar Palestina is teruggekeerd, en Khaled, een kandidaat-zelfmoordenaar, vat “Paradise now” perfect samen.
Ommuurd, uitgezogen, getreiterd en geslagen, dat is de dagelijkse, hopeloze realiteit van de bezetting: een tunnel waaruit nauwelijks is te ontsnappen en waarvan geen eind in zicht is. De realiteit voor de meeste Palestijnen bestaat al tientallen jaren uit een Israëlische onderdrukking waaraan de rest van de wereld bijna schouderophalend voorbij gaat. Maar legitimeert dat moord op Israëlische burgers? Die vraag wilde Hany Abu-Assad met “Paradise now” niet beantwoorden, dat is duidelijk. De film levert geen eenvoudige analyse van de Israëlische bezetting en de daden die deze teweeg kan brengen. Maar goed ook, want een eenvoudige analyse is er niet.

De film zoomt in op de laatste vierentwintig uur van twee mannen die zijn 'uitverkoren' om als martelaar de geschiedenis in te gaan. Khaled (Ali Suleiman) en Said (Kais Nashef) zijn twee jonge Palestijnse vrienden en werken allebei in dezelfde garage in Nablus. Khaled is een echte flierefluiter terwijl Said geleerd heeft als oudste kind in een vaderloos gezin zijn verantwoordelijkheden te nemen. Maar dit bemoeilijkt zijn relatie met Suha (Lubna Azabal), de dochter van een Palestijnse verzetsstrijder, die duidelijke gevoelens voor hem koestert. Said’s vader was een collaborateur die werd geëxecuteerd toen hij tien was. Dit bepaalt hem tot op de dag van vandaag in de dingen die hij doet.
Als hij op een zekere dag samen met Khaled door de plaatselijke Palestijnse militie gerekruteerd wordt om een zelfmoordaanslag te plegen in Tel Aviv, lijkt hij dan ook vastbesloten deze, in zijn ogen, eervolle taak te vervullen. Maar het nerveuze, fatalistische enthousiasme van zijn vriend deelt hij nog niet. Ze hebben nog een laatste avond met hun familie, maar mogen hen niets laten weten. Zelfs afscheid nemen is uitgesloten…

Met ijzingwekkende precisie toont Abu-Assad de voorbereidingen van de aanslag, maar ook de twijfel die in de hoofden van de zelfmoordenaars woekert. Naarmate de film vordert, stijgt de spanning zonder dat Abu-Assad in goedkope psychologisering valt.
Abu-Assad laat verschillende personages langskomen die de diverse kanten van deze bijna onvoorstelbare daad verwoorden. De persoonlijke gewetensstrijd van de jongemannen is de eigenlijke inzet van de film, niet zozeer het gewapende conflict tussen de Palestijnen en de Israëli’s.

De regisseur toont bovendien duidelijk aan dat niet alle zelfmoordenaars religieuze fundamentalisten zijn. De dagelijkse onderdrukking van de Palestijnen door de Israëli’s, de voortdurende vernederingen en de armtierige levensomstandigheden in de bezette gebieden, lokken de zelfmoordacties uit. In dit geval is religie niet de motor van de actie maar komt er alleen zijdelings bij kijken.

De film is in ieder geval vrij van blind idealisme. Voor dat simplisme is geen plek, daarvoor zijn de gebeurtenissen te intens en te persoonlijk. Abu-Assad zegt met “Paradise Now” een waardig inzicht te willen geven in het dagelijkse leven van gewone mensen in hopeloze omstandigheden. Manoeuvrerend tussen de persoonlijke verhalen en motieven van de personages weet Abu-Assad een onderwerp dat door zijn complexiteit en politieke gevoeligheden een artistiek mijnenveld op zichzelf is geworden, overtuigend neer te zetten.

Hij maakte het zichzelf niet erg gemakkelijk door er voor te kiezen de film vrijwel geheel in Nablus op te nemen. Schietpartijen en explosies waren aan de orde van de dag en vaak moest er onderhandeld worden met de Israëlische soldaten. Maar ook de lokale bevolking moest voortdurend overtuigd worden van de goede bedoelingen van de filmcrew. Aangezien Abu-Assad de goedkeuring genoot van de meest invloedrijke groeperingen bleef hij vastbesloten doorfilmen, ook op plekken waar tot dan toe enkel camera’s van zelfmoordactivisten hadden gedraaid. Zes Duitse filmtechnici kozen echter eieren voor hun geld en verlieten de set.
Het resultaat mag er wezen. Gelegen in een smalle vallei en zowel ingesloten als afgesloten door controlestations en uitkijkposten ademt Nablus een claustrofobische, verstikkende sfeer uit. De beelden van smalle straatjes en kapot geschoten huizen staan in schril contrast tot de moderne wolkenkrabbers en de brede boulevards van het nabijgelegen Tel Aviv. Opmerkelijk is het moment waarop je als kijker beseft dat enkele shots vanuit de auto niet anders dan ‘real life’ kunnen zijn opgenomen en dat je je dus ineens buiten de veilige realiteit van de film bevindt.

Wat ook werkt is Abu-Assad’s keuze voor twee onbekende Palestijnse acteurs als protagonisten. Sterker nog, Nashef (Said) en Suleiman (Khaled) maken met “Paradise Now” hun debuut op het grote scherm, en zij doen dit met verve. Er is zelfs een kleine Belgische link, aangezien Lubna Azabal (Suha) in het Brusselse woont. Verder zal u enkele acteurs uit “The Syrian Bride” herkennen.

Logisch dat deze film al enkele keren bekroond geworden is, o.a met de Amnesty International Film Prize en tijdens de European Film Awards in Berlijn in december met de award in de categorie 'beste scenario'. Bovendien wordt het ook de Palestijnse Oscar-inzending. Het is pas voor de derde keer dat een film door Palestina ingezonden kan worden, aangezien de Palestijnse Autonome Gebieden tot voor kort niet als land werden erkend.

Tenslotte nog dit: in 1 van de talloze rapporten van de Israëlische politie die Abu-Assad doornam ter voorbereiding van zijn film, las hij de volgende anekdote:
Een zelfmoordenaar met de bommengordel om werd naar zijn doel gereden. Onderweg werd nog een meisje opgepikt. Aanvankelijk dacht hij dat ze een vorm van camouflage was, tot hij merkte dat ze ook bommen op haar lichaam had. Op dat ogenblik wou hij niet meer. Het meisje werd daar heel kwaad om, maar voor hem ging dit te ver. Hij vond immers dat het de taak was van een vrouw om leven te geven en wanneer zelfs een vrouw in staat was tot zo’n acties, betekende dat voor hem het einde van het leven. De jonge vrouw vond zijn idee dan weer ouderwets en had het over emancipatie. Hij week echter niet meer van zijn standpunt en blies de hele actie af.

Dat deze film ook in België brandend actueel is, hoeft geen betoog wanneer de eerste West-Europese vrouwelijke kamikaze een Belgisch meisje blijkt te zijn, Muriël Degauque, geboren en getogen in een arbeiderscité nabij Charleroi en opgegroeid in schijnbaar normale omstandigheden. Een filosofische bezinning over zin en onzin van terreur die akelig dichtbij en universeel blijkt te zijn, dat is “Paradise Now” ook.