
Officiële site
|
10 10 2006
Regie:
Scenario:
Fotografie:
Montage:
Muziek:
Vertolking:
|
|
Romanzo Criminale |
Italië
Frankrijk
UK |
2005 |
152' |
Michele Placido
Giancarlo De Cataldo, Sandro Petraglia, M. Placido, Stefano
Rulli
Luca Bigazzi
Paolo Buonvino
Esmeralda Calabria
Pierfranceso Favino, Kim Rossi Stuart, Claudio Santamaria,
Stefano Accorsi, Anna Mouglaglis |
|
|

Zinloos geweld, teken van de tijd? |
“Romanzo criminale” is oorspronkelijk de titel van een
veelbesproken non-fictiewerk van rechter Giancarlo De Cataldo
over de Magliani-gangsterbende. Deze Italiaanse bende van Nijvel
beheerste in de jaren ‘70 en ’80 Rome onder bescherming van
politieke zwaargewichten en met als voornaamste bron van
inkomsten de handel in drugs.
Op het einde van de jaren 60 besloten enkele jonge Romeinse
boefjes om diverse misdaadgroepen, verspreid over verschillende
wijken van de hoofdstad, te verenigen, net zoals men in Napels
verschillende takken van de locale maffia had verenigd in de
Nuova Camorra Organizzata (NCO). Het was de bedoeling om op die
manier de infiltratie van allerlei vreemde misdaadbendes in Rome
een halt toe te roepen teneinde zélf de controle te verwerven
over alle illegale drugstrafieken naar Rome. De bende werd
vernoemd naar de wijk in Rome waaruit de meeste leiders (capi)
afkomstig waren.
Gaandeweg monopoliseerden ze bijna alle drugstraffiek naar en in
Rome, bouwden een prostitutienetwerk uit en in de loop der jaren
groeiden ze uit tot een echte crimineel-politieke holding,
waarbij corrupte politici en leden van het establishment hen de
hand boven het hoofd hielden. De bende van Magliana onderhield
contacten met de maffia (Camorra, 'Ndrangheta en de Cosa Nostra),
neofascistische terroristen, deviante afdelingen van de geheime
dienst en diverse mysterieuze organisaties, waaronder de
beruchte loge Propaganda Due van Lucio Gelli. De bendeleden
verhandelden ook wapens, voerden liquidaties uit en verwierven
grote rijkdom. Ook onderhield de bende contacten op
regeringsniveau.
Hoewel ze zich nooit uitgesproken tot een of andere ideologie
hebben bekend, raakten ze toch betrokken bij politieke moorden
en aanslagen o.a. op Roberto Rossone, vice-president van de
beruchte Banco Ambosiano, en hoogstwaarschijnlijk ook bij de
aanslag op het station in Bologna in 1980.
Ze konden gedeien in het Italië van de jaren ’70, dat gekenmerkt
werd door een hevige strijd tussen (extreem-)rechts en
(extreem-)links, waarbij verschillende krachten zich groepeerden
ter rechterzijde, gesteund en gefinancierd door de USA en ter
plaatse geholpen door de CIA, in een poging om de almaar
groeiende Communistische Partij te liquideren. Het was de tijd
van het “Italia dei Misterii”: vele zaken uit die periode
blijven tot op de dag van vandaag onopgelost omdat de
betrokkenheid van de Italiaanse geheime diensten, de politici,
leden van het establishment en wellicht zelfs van het Vaticaan
zo groot was dat alle pogingen om de waarheid aan het licht te
brengen in de kiem gesmoord werden.
In deze tijdsgeest groeide en bloeide de Bande della Magliana
tot ze uiteindelijk genekt werd door onderlinge strubbelingen,
die net iets te vaak in bloedvergieten eindigden. Enkele
overlevende bendeleden vluchtten met hun familie weg uit Italië
en kwamen o.a. terecht in Amsterdam en Utrecht, waar ze een
Pizzeriaketen uitbouwden. Uit een rapport van de Nederlandse
politie dat enkele jaren geleden verschenen is, blijkt dat ze
nog steeds actief zijn in de drugshandel en gelieerd zijn met de
Cosa Nostra.
De verfilming van de rise and fall van deze gangsterbende roept
herinneringen op aan Coppola en aan Scorsese: voor de orgie van
coke, geweld, prostitutie, verraad, liefde en vriendschap
recupereren de makers veel uit “The Godfather” en “Scarface”.
Maar “Romanzo criminale” lijkt vooral erg geinspireerd door die
andere Italiaanse magïer, Sergio Leone en zijn imposante epos,
“Once upon a time in America”.
Een goede titel voor de film ware trouwens “La Maffia Gioventu”
geweest omwille van de verwantschap met het prachtige epos “La
Meglio Gioventu”. Niet toevallig, zo blijkt, want dezelfde
scenaristen zitten ook achter Romanzo Criminale. Ook nu ontvouwt
het verhaal zich tegen de achtergrond van de geschiedenis van
Italië in de jaren ’60, ‘70 en ’80. Authentiek materiaal werd in
de film verwerkt, zo bijvoorbeeld het telefoongesprek waarin
leden van de Brigate Rosso duidelijk maken waar het lijk van de
door hen ontvoerde en intussen vermoorde christen-democratische
politicus Aldo Moro te vinden is. Maar in plaats van “het beste”
(la meglio) van de jeugd, staat hier het nihilisme en de
immorele, decadente attitude van de protagonisten centraal.
Regisseur Michele Placido houdt er in zijn film een opmerkelijke
vaart op na via talloze verhaallijnen, maar uiteindelijk blijkt
de film mooi opgebouwd te zijn: gevat binnen een ringcompositie
zijn in de film 3 hoofdstukken uitgewerkt, telkens opgehangen
aan 1 van de hoofdpersonages: il Libanese, il Freddo en il Dandi,
de bijnamen van de belangrijkste gangsters.
In Italië zorgde deze film voor heel wat opschudding onder meer
vanwege de beschuldiging dat het (terroristische) geweld
geminimaliseerd wordt en de criminelen bijna volledig
verontschuldigd zouden worden. Maar elke gangsterfilm moet
meestal door dat politiek correcte vagevuur. Ook toen regisseur
Placido in en rond het station van Bologna opnames deed, zorgde
dat voor heel wat emotionele reacties en werden veel oude wonden
opnieuw opengescheurd.
“Romanzo criminale” bundelt heel wat gangsterthema’s, maar de
acteerprestaties, de vervlechting met historische
gebeurtenissen, de structuur en de uitstekende cinematografie
maken het geheel ijzersterk. Wanneer bijvoorbeeld Il Freddo met
zijn prille liefde Roberta schilderijen van Caravaggio bekijkt,
staan ze zelf gekadreerd in een fantasierijk en meesterlijk
clair-obscur. De zwijgzame Il Freddo (Kim Rossi Stuart) acteert
trouwens puik, ziet eruit als een halfgod en zal menig
vrouwenhart sneller doen kloppen. De 2 Italiaanse actrices Anna
Mouglalis en Jasmine Trinca (reeds te zien in “La Meglio
Gioventu”) die in deze film figureren zijn trouwens evenzeer
adembenemend. Eens te meer lijkt het alsof Italië enkel uit pure
esthetische schoonheid is opgebouwd.
Visueel is de film dus een feest, maar de muziek maakt een even
grote kracht uit van ‘Romanzo Criminale’: de geniaal diverse
soundtrack (Queen, The Pretenders and KC And The Sunshine Band)
laat op gezette tijden weten in welk decennium we zijn, terwijl
tussendoor apocalyptische strijkers brandende tankstations een
haast melancholische tint weten te geven, eigen aan de ‘film
noir’. Ook het obligatoire lied ‘Nessun Dorma’, hier gebracht
door Pavarotti en Andrea Bocelli, werkt de intensiteit op het
witte doek enorm in de hand. Summum van dit alles is de geladen
slotscène. Kortom: een harde, maar uitermate interessante en
mooie film. |
|