.: 2006-2007 Deel 1 :.

02-03 Deel    2 05-06 Deel 1 2 08-09 Deel 1 2  
03-04 Deel 1 2 06-07 Deel 1 2 09-10 Deel 1 2  
04-05 Deel 1 2 07-08 Deel 1 2

 

 

Officiële site
 

10 10 2006



Regie:
Scenario:
Fotografie:
Montage:
Muziek:
Vertolking:

Romanzo Criminale Italië
Frankrijk
UK
2005 152'

Michele Placido
Giancarlo De Cataldo, Sandro Petraglia, M. Placido, Stefano Rulli
Luca Bigazzi
Paolo Buonvino
Esmeralda Calabria
Pierfranceso Favino, Kim Rossi Stuart, Claudio Santamaria, Stefano Accorsi, Anna Mouglaglis

Zinloos geweld, teken van de tijd?

“Romanzo criminale” is oorspronkelijk de titel van een veelbesproken non-fictiewerk van rechter Giancarlo De Cataldo over de Magliani-gangsterbende. Deze Italiaanse bende van Nijvel beheerste in de jaren ‘70 en ’80 Rome onder bescherming van politieke zwaargewichten en met als voornaamste bron van inkomsten de handel in drugs.

Op het einde van de jaren 60 besloten enkele jonge Romeinse boefjes om diverse misdaadgroepen, verspreid over verschillende wijken van de hoofdstad, te verenigen, net zoals men in Napels verschillende takken van de locale maffia had verenigd in de Nuova Camorra Organizzata (NCO). Het was de bedoeling om op die manier de infiltratie van allerlei vreemde misdaadbendes in Rome een halt toe te roepen teneinde zélf de controle te verwerven over alle illegale drugstrafieken naar Rome. De bende werd vernoemd naar de wijk in Rome waaruit de meeste leiders (capi) afkomstig waren.

Gaandeweg monopoliseerden ze bijna alle drugstraffiek naar en in Rome, bouwden een prostitutienetwerk uit en in de loop der jaren groeiden ze uit tot een echte crimineel-politieke holding, waarbij corrupte politici en leden van het establishment hen de hand boven het hoofd hielden. De bende van Magliana onderhield contacten met de maffia (Camorra, 'Ndrangheta en de Cosa Nostra), neofascistische terroristen, deviante afdelingen van de geheime dienst en diverse mysterieuze organisaties, waaronder de beruchte loge Propaganda Due van Lucio Gelli. De bendeleden verhandelden ook wapens, voerden liquidaties uit en verwierven grote rijkdom. Ook onderhield de bende contacten op regeringsniveau.

Hoewel ze zich nooit uitgesproken tot een of andere ideologie hebben bekend, raakten ze toch betrokken bij politieke moorden en aanslagen o.a. op Roberto Rossone, vice-president van de beruchte Banco Ambosiano, en hoogstwaarschijnlijk ook bij de aanslag op het station in Bologna in 1980.

Ze konden gedeien in het Italië van de jaren ’70, dat gekenmerkt werd door een hevige strijd tussen (extreem-)rechts en (extreem-)links, waarbij verschillende krachten zich groepeerden ter rechterzijde, gesteund en gefinancierd door de USA en ter plaatse geholpen door de CIA, in een poging om de almaar groeiende Communistische Partij te liquideren. Het was de tijd van het “Italia dei Misterii”: vele zaken uit die periode blijven tot op de dag van vandaag onopgelost omdat de betrokkenheid van de Italiaanse geheime diensten, de politici, leden van het establishment en wellicht zelfs van het Vaticaan zo groot was dat alle pogingen om de waarheid aan het licht te brengen in de kiem gesmoord werden.

In deze tijdsgeest groeide en bloeide de Bande della Magliana tot ze uiteindelijk genekt werd door onderlinge strubbelingen, die net iets te vaak in bloedvergieten eindigden. Enkele overlevende bendeleden vluchtten met hun familie weg uit Italië en kwamen o.a. terecht in Amsterdam en Utrecht, waar ze een Pizzeriaketen uitbouwden. Uit een rapport van de Nederlandse politie dat enkele jaren geleden verschenen is, blijkt dat ze nog steeds actief zijn in de drugshandel en gelieerd zijn met de Cosa Nostra.

De verfilming van de rise and fall van deze gangsterbende roept herinneringen op aan Coppola en aan Scorsese: voor de orgie van coke, geweld, prostitutie, verraad, liefde en vriendschap recupereren de makers veel uit “The Godfather” en “Scarface”. Maar “Romanzo criminale” lijkt vooral erg geinspireerd door die andere Italiaanse magïer, Sergio Leone en zijn imposante epos, “Once upon a time in America”.

Een goede titel voor de film ware trouwens “La Maffia Gioventu” geweest omwille van de verwantschap met het prachtige epos “La Meglio Gioventu”. Niet toevallig, zo blijkt, want dezelfde scenaristen zitten ook achter Romanzo Criminale. Ook nu ontvouwt het verhaal zich tegen de achtergrond van de geschiedenis van Italië in de jaren ’60, ‘70 en ’80. Authentiek materiaal werd in de film verwerkt, zo bijvoorbeeld het telefoongesprek waarin leden van de Brigate Rosso duidelijk maken waar het lijk van de door hen ontvoerde en intussen vermoorde christen-democratische politicus Aldo Moro te vinden is. Maar in plaats van “het beste” (la meglio) van de jeugd, staat hier het nihilisme en de immorele, decadente attitude van de protagonisten centraal.

Regisseur Michele Placido houdt er in zijn film een opmerkelijke vaart op na via talloze verhaallijnen, maar uiteindelijk blijkt de film mooi opgebouwd te zijn: gevat binnen een ringcompositie zijn in de film 3 hoofdstukken uitgewerkt, telkens opgehangen aan 1 van de hoofdpersonages: il Libanese, il Freddo en il Dandi, de bijnamen van de belangrijkste gangsters.

In Italië zorgde deze film voor heel wat opschudding onder meer vanwege de beschuldiging dat het (terroristische) geweld geminimaliseerd wordt en de criminelen bijna volledig verontschuldigd zouden worden. Maar elke gangsterfilm moet meestal door dat politiek correcte vagevuur. Ook toen regisseur Placido in en rond het station van Bologna opnames deed, zorgde dat voor heel wat emotionele reacties en werden veel oude wonden opnieuw opengescheurd.

“Romanzo criminale” bundelt heel wat gangsterthema’s, maar de acteerprestaties, de vervlechting met historische gebeurtenissen, de structuur en de uitstekende cinematografie maken het geheel ijzersterk. Wanneer bijvoorbeeld Il Freddo met zijn prille liefde Roberta schilderijen van Caravaggio bekijkt, staan ze zelf gekadreerd in een fantasierijk en meesterlijk clair-obscur. De zwijgzame Il Freddo (Kim Rossi Stuart) acteert trouwens puik, ziet eruit als een halfgod en zal menig vrouwenhart sneller doen kloppen. De 2 Italiaanse actrices Anna Mouglalis en Jasmine Trinca (reeds te zien in “La Meglio Gioventu”) die in deze film figureren zijn trouwens evenzeer adembenemend. Eens te meer lijkt het alsof Italië enkel uit pure esthetische schoonheid is opgebouwd.

Visueel is de film dus een feest, maar de muziek maakt een even grote kracht uit van ‘Romanzo Criminale’: de geniaal diverse soundtrack (Queen, The Pretenders and KC And The Sunshine Band) laat op gezette tijden weten in welk decennium we zijn, terwijl tussendoor apocalyptische strijkers brandende tankstations een haast melancholische tint weten te geven, eigen aan de ‘film noir’. Ook het obligatoire lied ‘Nessun Dorma’, hier gebracht door Pavarotti en Andrea Bocelli, werkt de intensiteit op het witte doek enorm in de hand. Summum van dit alles is de geladen slotscène. Kortom: een harde, maar uitermate interessante en mooie film.