|
Zilveren Leeuw, Festival van Venetië.
Ze zijn niet zo heel dik gezaaid, de regisseurs die een
experimentele vorm kunnen matchen met een diepzinnige inhoud.
Lars Von Trier is er zo eentje, maar al lang voor Von Trier het
filmfirmament vervoegde, was er al Alain Resnais. Zijn
‘Hiroshima mon amour’ (1959) en ‘L’année dernière à Mariënbad’
behoren tot het meest opmerkelijke wat de Europese film heeft
voortgebracht. Hoewel deze films geen echt hedendaagse look
hebben, blijven ze meer dan de moeite waard. Zelf merkt hij heel
scherp op: “Ik denk niet dat er zoiets bestaat als een oude
film; je zegt toch evenmin: ‘ik las een oud boek van Flaubert’
of ‘Ik zag een oud stuk van Molière’?” Echte klasse weerstaat de
tand des tijds en blijft actueel. Of dat ook zo is voor ‘Coeurs’
kunnen we nu nog niet vertellen, maar we kunnen wel op dit
moment met volle teugen genieten.
Alain Resnais werd geboren in 1922. Hij groeide op in de tijd
dat stille films het pleit verloren van de gesproken films, het
beste van beide filmsoorten wist hij te destilleren. Zijn grote
doorbraak kwam er in 1955 met ‘Nuit et Brouillard’. Vandaag,
meer dan een halve eeuw later, blijft de schoenmaker bij zijn
leest. Het is te zeggen, hij maakt nog steeds films, maar het
experimenteren is hij niet verleerd. ‘Coeurs’ is een verfilming
van een toneelstuk van Alan Ayckborn, dat luistert naar de
prachtige titel: ‘Private Fears in Public Spaces’. De
contradictorische spanning die in die titel schuilt, verwerkte
Resnais op uiterst subtiele wijze in zijn film. Hij vat het zelf
als volgt samen: “We zijn allemaal een lappendeken van
contradicties. Door het uur van de dag, of door het drankje dat
je achteroverslaat, kunnen we ineens een heel ander idee
krijgen. We worden gedreven door talloze dingen. Maar dat
wankelende en twijfelende element vinden we allemaal in ons
terug. Alle personages hebben zin om het beter te doen; ze
voelen dat ze hun mogelijkheden niet ten volle kunnen
ontplooien. Voortdurend proberen ze om de gebeurtenissen om zich
heen te veranderen, en vooral: om zichzelf te veranderen.”
In het besneeuwde Parijs zijn die personages met vanalles en nog
wat bezig. De ene zoekt een flat, de andere een job. Iemand doet
vrijwilligerswerk, een ander zit in vastgoed. Een man verzorgt
zijn bedlegerige vader, een vrouw gaat elke avond stappen. Maar
het gaat niet goed met al die ondergesneeuwde levens. Ze slepen
onzichtbare lasten met zich mee: een bezwaard verleden, een
knagend schuldgevoel, krampachtige frustraties. De juiste flat
wordt niet gevonden, de relatie loopt vast, stoere taal verbergt
een diepe onzekerheid, goede bedoelingen worden grofweg
afgeblaft en afspraakjes gaan de mist in. Wanneer hun paden
kruisen, pogen deze kwetsbare wezens aarzelend uit hun veilige
cocon te breken, schuchter pogend om onderdrukte dromen waar te
maken. Naast de traan is er gelukkig heel wat plaats voor de
lach, dat maakt het draaglijk en levensecht. Een zeker
pessimisme wordt aangevuld met frisse spitsvondigheid in het
decor: de sneeuw is meer dan een attribuut, beslagen ruiten
werken actief mee aan de sfeer van het verhaal. Zo werkt Resnais
zijn versie van dit verhaal op uiterst gedetailleerde wijze uit.
Voor zijn personages werkt hij hele biografieën uit, die hij dan
met de acteurs één voor één overloopt. Ze dragen daarmee een
hele voorgeschiedenis mee, zonder dat we daar noodzakelijkerwijs
veel van te weten komen.
Hedendaags en herkenbaar is ‘Coeurs’ alleszins, maar vooral heel
menselijk. En daarom durven wij er toch wel een pint op
verwedden dat ook dit werk van de meester over heel wat jaren
nog best te smaken zal zijn. Maar nogmaals, daar hoeven we nu
echt niet van wakker te liggen: pluk de dag en geniet van deze
film, nu u de kans krijgt. (bron: Filmmagie) |