.: 2006-2007 Deel 2 :.

02-03 Deel    2 05-06 Deel 1 2 08-09 Deel 1 2  
03-04 Deel 1 2 06-07 Deel 1 2 09-10 Deel 1 2  
04-05 Deel 1 2 07-08 Deel 1 2

 

 

Lees recensie >>>

Officiële site
met trailer

27 03 2007

Regie:
Scenario:
Fotografie:
Muziek:
Montage:
Vertolking:

A prairie home companion USA 2006 105'

Robert Altman
Garrison Keillor
Edward Lachmann
Jacob Craycroft
Garrison Keillor (zichzelf), Meryl Streep (Yolanda), Tommy Lee Jones (Axeman), Kevin Kline (Guy Noir), Virginia Madsen (Asphodel)

Ode aan het leven

In de openingsscène, die de sfeer oproept van Edward Hoppers meesterwerk “Nighthawks”, zien we hoe Guy Noir het Fitzgerald Theater in Saint Paul, Minnesota, binnenstapt. Noir, wiens carrière als detective in het slop zit, werkt er als veiligheidschef tijdens de aldaar opgenomen live-uitzendingen van de razend populaire radio-show ‘A Prairie Home Companion’, “the kind of show that died 50 years ago, but somebody forgot to tell them, untill this night”. Want een groot bedrijf uit Texas heeft het gebouw opgekocht en wil er een parkeergarage van maken...
Tijdens deze laatste avond neemt Altman ons mee achter de schermen. Op een rustige, elegante manier dwaalt de camera van de coulissen naar het podium, van de kleedkamers naar de kelderverdieping. Zoals we dat van Altman gewoon zijn, maken we intussen kennis met tal van personnages: de sublieme Garrison Keillor, de onderkoelde, kurkdroge, maar verbaal briljante presentator die met nooit geziene flair het programma aan elkaar zingt en praat met uitspraken zoals: “Life is a struggle and if you should ever really be happy, be patient: this will pass.”; de Johnson-zusjes (met een sublieme Meryl Streep) die, perfect op elkaar afgestemd, vele ontroerende, weemoedige duetten brengen; het idiote cowboy-duo Dusty en Lefty, wiens grappen zo flauw zijn dat je er toch moet om lachen, de wanhopige producer, de regie-assistente,... kortom: een caleidoscoop van warme, menselijke figuren, die ons een waarachtige “tranche de vie” geven. Doorheen dit decor waart, voor velen onzichtbaar, een “engel des doods”, Asphodel (volgens de Griekse mythologie een bloem die welig tierde in de vlakten van de onderwereld en het geliefkoosde voedsel van de schimmen was). Met deze femme fatale geeft Altman aan zijn film een indringende, symbolische dimensie: het is niet enkel een nostalgische terugblik op een verloren gegaan tijdperk, het is een liefdevolle ode aan het afscheid, aan een leven dat voorbij is. En hoewel de dood door de film dwaalt, is de sfeer helemaal niet somber, maar berustend, melancholisch en zelfs opgewekt. Als je je realiseert dat dit Altmans allerlaatste film is, krijgt zijn filmtestament een nog veel emotioneler impact.
De vele grappige en diepzinnige quotes die Altman bijna ongemerkt in zijn dialogen binnensmokkelt, zorgen niet enkel voor een vervreemdend komisch effect maar doen deze film ook langzaam doorsijpelen tot in de diepste vezels van je hart. De film knettert als een gezellig haardvuur in winterse dagen en een warme, behaaglijke gloed doordringt ons, toeschouwers, wij die gestresst en verkrampt meehollen in de niets ontziende “vooruitgangsrace”.
Dat deze film zich als een zachte wollen deken om je ziel slaat is mede een gevolg van de uitmuntende, doorleefde acteerprestaties. Naast een pleiade aan steracteurs (Kevin Kline, Tommy Lee Jones, Woody Harrelson), die de countrynummers zélf zingen en spelen, bestaat de cast vooral uit mensen die a.h.w. zichzelf vertolken, o.a. de muzikanten en de presentator Garrison Keillor. Deze geboren entertainer en tevens dé spilfiguur van de PHC-show heeft trouwens zélf het script geschreven.
Want, vergis u niet: deze show, in de U.S.A even legendarisch als ‘Te bed of niet te bed’ van Jos Gheysen en ‘Het Leugenpaleis’ van Bart Peeters en Hugo Matthysen bij ons, bestaat nog steeds. Begonnen in 1974, gaat deze show nog altijd elke week op zaterdagavond rechtstreeks in de ether, meestal vanuit hetzelfde theater in Minnesota, soms op locatie ergens in de Verenigde Staten of overzee voor een trouw publiek van meer dan 4 miljoen luisteraars. Altman volgt in zijn film grotendeels de “format” van deze radio-show, gaande van het traditionele openingsnummer van Spencer Williams, over de vaste acts van de cowboys Lefty en Dusty tot de fictieve, gezongen en vaak hilarische reclameboodschappen voor de zogenaamde sponsors zoals daar zijn: ‘Powdermilk Biscuits’, ‘Be-Bop-A-Re-Bop Rhubarb Pie’ en ‘Guy’s Shoes’. Ook de privé-detective Guy Noir (een parodie op de typische clichés van de “pulp-fiction novel” en de film noir) krijgt tijdens de echte radio-show een prominente rol en wordt vertolkt door de presentator Keillor zélf.
Altman is m.a.w. vertokken vanuit de realiteit, maar door er het aspect van de allerlaatste uitzending aan toe te voegen, trekt hij de film open tot een innemende mijmering over afscheid, verlies en dood. In het voor Altman typische decor van een “huis clos” wordt in deze meeslepende ensemblefilm afscheid genomen van alles wat onherroepelijk voorbij gaat. Voor Altman en de personages in de film is dit evenwel geen reden om de moed te laten zinken, want in de maalstroom van de tijd betekent elk einde een nieuw begin: “Every show is your last show” zegt Keillor. Je carrière afsluiten met een hoopvol berustend, warm en innemend filmtestament is enkel gegeven aan de allergrootsten. Bedankt Robert Altman!