.: 2007-2008 Deel 1 :.

02-03 Deel    2 05-06 Deel 1 2 08-09 Deel 1 2  
03-04 Deel 1 2 06-07 Deel 1 2 09-10 Deel 1 2  
04-05 Deel 1 2 07-08 Deel 1 2

 

 

Lees recensie >>>

Officiële site
met trailer

16 10 2007

Regie:
Scenario:
Fotografie:
Muziek:
Montage:
Vertolking:

Dagen Zonder Lief België 2006 100'

Felix Van Groeningen
Van Groeningen, Arne Sierens & Dimitri Verhulst
Ruben Impens
Jef Neve
Nico Leunen
Wine Dierickx (Zwarte Kelly), Jeroen Perceval (Frederic), Pieter Genard (Kurt), An Miller (Blonde Kelly), Koen De Graeve (Nick)



‘Geconcentreerde tweenage angst.’
Ooit gehoord van ‘tweenage angst’ of ‘quarterlife crisis’? Een uitvinding van gewiekste psychologen of een nieuwe realiteit? Het zou gaan om de twijfels die zich manifesteren bij de generaties van eind twintigers die, eenmaal echt volwassen en op eigen benen, overvallen worden door twijfel over gemaakte keuzes en angst voor de voorspelbaarheid van de toekomst. ‘Dagen zonder lief’ zou alvast onder die hoofding kunnen geplaatst worden, maar hoort toch eerder thuis is het rekje ‘levensbeschouwing’ dan ‘psychologie voor dummies’. Het is de tweede film van Felix Van Groeningen, zelf nog net een twentysomething die zich liet opmerken met zijn ultragestileerde debuut ‘Steve + Sky’. ‘Dagen zonder lief’ is minder gestileerd en zoals dat dan heet ‘volwassener’. Meer inhoud en minder vorm, al lijkt dat laatste alleen maar zo.
De ploeg waar Van Groeningen mee werkt is niet de minste. Het scenario schreef hij vanuit eigen inzicht en ervaringen, maar met hulp van theatericoon en jarenlange mentor Arne Sierens en de gelauwerde auteur Dimitri Verhulst. Voor de fans van Verhulst: momenteel werkt Van Groeningen aan een filmversie van ‘De helaasheid der dingen’. Ruben Impens deed ook al de fotografie van ‘Steve + Sky’, maar het meesterschap toont zich nu in de beperkingen: eenvoudige handcamera met subtiele belichting die de toeschouwer tot heel dicht bij de personages brengt. De score van Jef Neve laat zich niet op de achtergrond duwen, maar overheerst ook nergens nodeloos of is zeker niet jazzy-om-hip-te-zijn. Nico Leunen (zie ook ‘Khadak’) zorgde voor een vlotte maar soms toch ook scherpe montage. Maar ondanks al deze helpende handen is het toch duidelijk de stempel van Van Groeningen die de sfeer van deze film bepaalt.
Waarover gaat de film dan eigenlijk? In en rond Sint-Niklaas komen enkele vrienden van weleer, geholpen door noodlot en toeval, opnieuw in elkaars vaarwater terecht. Dat voert hen in gedachten terug naar onbezorgder en meer onbezonnen jaren, toen alles nog mogelijk leek en verantwoordelijkheid nog niet echt in hun woordenboek stond. Die spiegel roept prangende vragen op in het heden: is dit het lief waar ik van droomde, is dit het avontuur waar ik naar verlangde, …? Deze generatie liep nooit over van idealisme en groeide op in materieel comfort. Maar zoals Van Groeningen het ergens in een interview uitdrukte, is de maatschappelijke druk toch behoorlijk hoog: je moet én hip zijn, én succesvol, én avontuurlijk, én verantwoordelijk. Het culturele ideaal van de jeugd en de ‘vrijheid’ (doorgaans geassocieerd met onverantwoordelijkheid, ongebondenheid, avontuurlijkheid en een sausje van egocentrisme) weegt op de jonge mensen die geen jongeren meer zijn. Langdurige engagementen dringen zich op, maar zijn verre van hip. Kinderen hebben is leuk, maar toch is de mens zogenaamd ‘serieel monogaam’ en dus pseudo-wetenschappelijk niet voorbestemd om veel langer dan een jaar of vijf bij dezelfde partner te blijven. Tegenstrijdige verwachtingen dus, die zich opdringen aan de kinderen van de babyboomers, die moesten opgroeien met gerationaliseerde en deels uitgeholde waarden, in een wereld waar ‘ieder zijn goesting’ moet kunnen doen, maar waar tegelijkertijd nog nooit zoveel onzekerheid heeft geheerst als vandaag.
Maar geen nood, ‘Dagen zonder lief’ is zeer verteerbaar en nergens moraliserend. Een en ander wordt zelfs met een humoristisch sausje overladen. Een meer experimentele vorm zou hier echt niet op zijn plaats geweest zijn. Het verhaal is sterk, de personages geloofwaardig en de gevoelens oprecht. Echte antwoorden worden niet gegeven, maar toch eindigt het geheel met een zekere geruststelling, misschien wel een soort fatalisme, maar dan in de etymologische zin van ‘aanvaarding van het eigen noodlot’. Volgens Van Groeningen hebben afscheid nemen en twijfelen ook hun positieve kanten. Eén daarvan is bijvoorbeeld het feit dat er 100 minuten integere en aangename cinema kunnen van gemaakt worden. Als dat al niet mooi is?