
Lees recensie >>>
Officiële site
met trailer |
16 10 2007 Regie:
Scenario:
Fotografie:
Muziek:
Montage:
Vertolking: |
Felix Van Groeningen
Van Groeningen, Arne Sierens & Dimitri Verhulst
Ruben Impens
Jef Neve
Nico Leunen
Wine Dierickx (Zwarte Kelly), Jeroen Perceval (Frederic), Pieter
Genard (Kurt), An Miller (Blonde Kelly), Koen De Graeve (Nick)
|
|

‘Geconcentreerde tweenage angst.’ |
Ooit gehoord van ‘tweenage angst’ of ‘quarterlife crisis’? Een
uitvinding van gewiekste psychologen of een nieuwe realiteit?
Het zou gaan om de twijfels die zich manifesteren bij de
generaties van eind twintigers die, eenmaal echt volwassen en op
eigen benen, overvallen worden door twijfel over gemaakte keuzes
en angst voor de voorspelbaarheid van de toekomst. ‘Dagen zonder
lief’ zou alvast onder die hoofding kunnen geplaatst worden,
maar hoort toch eerder thuis is het rekje ‘levensbeschouwing’
dan ‘psychologie voor dummies’. Het is de tweede film van Felix
Van Groeningen, zelf nog net een twentysomething die zich liet
opmerken met zijn ultragestileerde debuut ‘Steve + Sky’. ‘Dagen
zonder lief’ is minder gestileerd en zoals dat dan heet ‘volwassener’.
Meer inhoud en minder vorm, al lijkt dat laatste alleen maar zo.
De ploeg waar Van Groeningen mee werkt is niet de minste. Het
scenario schreef hij vanuit eigen inzicht en ervaringen, maar
met hulp van theatericoon en jarenlange mentor Arne Sierens en
de gelauwerde auteur Dimitri Verhulst. Voor de fans van Verhulst:
momenteel werkt Van Groeningen aan een filmversie van ‘De
helaasheid der dingen’. Ruben Impens deed ook al de fotografie
van ‘Steve + Sky’, maar het meesterschap toont zich nu in de
beperkingen: eenvoudige handcamera met subtiele belichting die
de toeschouwer tot heel dicht bij de personages brengt. De score
van Jef Neve laat zich niet op de achtergrond duwen, maar
overheerst ook nergens nodeloos of is zeker niet jazzy-om-hip-te-zijn.
Nico Leunen (zie ook ‘Khadak’) zorgde voor een vlotte maar soms
toch ook scherpe montage. Maar ondanks al deze helpende handen
is het toch duidelijk de stempel van Van Groeningen die de sfeer
van deze film bepaalt.
Waarover gaat de film dan eigenlijk? In en rond Sint-Niklaas
komen enkele vrienden van weleer, geholpen door noodlot en
toeval, opnieuw in elkaars vaarwater terecht. Dat voert hen in
gedachten terug naar onbezorgder en meer onbezonnen jaren, toen
alles nog mogelijk leek en verantwoordelijkheid nog niet echt in
hun woordenboek stond. Die spiegel roept prangende vragen op in
het heden: is dit het lief waar ik van droomde, is dit het
avontuur waar ik naar verlangde, …? Deze generatie liep nooit
over van idealisme en groeide op in materieel comfort. Maar
zoals Van Groeningen het ergens in een interview uitdrukte, is
de maatschappelijke druk toch behoorlijk hoog: je moet én hip
zijn, én succesvol, én avontuurlijk, én verantwoordelijk. Het
culturele ideaal van de jeugd en de ‘vrijheid’ (doorgaans
geassocieerd met onverantwoordelijkheid, ongebondenheid,
avontuurlijkheid en een sausje van egocentrisme) weegt op de
jonge mensen die geen jongeren meer zijn. Langdurige
engagementen dringen zich op, maar zijn verre van hip. Kinderen
hebben is leuk, maar toch is de mens zogenaamd ‘serieel monogaam’
en dus pseudo-wetenschappelijk niet voorbestemd om veel langer
dan een jaar of vijf bij dezelfde partner te blijven.
Tegenstrijdige verwachtingen dus, die zich opdringen aan de
kinderen van de babyboomers, die moesten opgroeien met
gerationaliseerde en deels uitgeholde waarden, in een wereld
waar ‘ieder zijn goesting’ moet kunnen doen, maar waar
tegelijkertijd nog nooit zoveel onzekerheid heeft geheerst als
vandaag.
Maar geen nood, ‘Dagen zonder lief’ is zeer verteerbaar en
nergens moraliserend. Een en ander wordt zelfs met een
humoristisch sausje overladen. Een meer experimentele vorm zou
hier echt niet op zijn plaats geweest zijn. Het verhaal is sterk,
de personages geloofwaardig en de gevoelens oprecht. Echte
antwoorden worden niet gegeven, maar toch eindigt het geheel met
een zekere geruststelling, misschien wel een soort fatalisme,
maar dan in de etymologische zin van ‘aanvaarding van het eigen
noodlot’. Volgens Van Groeningen hebben afscheid nemen en
twijfelen ook hun positieve kanten. Eén daarvan is bijvoorbeeld
het feit dat er 100 minuten integere en aangename cinema kunnen
van gemaakt worden. Als dat al niet mooi is? |
 |
|