
Lees recensie >>>
Officiële site
met trailer |
22 01 2008 Regie:
Scenario:
Fotografie:
Muziek:
Montage:
Vertolking: |
Ray Lawrence
Beatrix Christian naar Raymond Carver
David Williamson
Paul Kelly & Dan Luscombe
Karl Sodersten
Gabriel Byrne (Stewart), Laura Linney (Claire), Deboran-Lee
Furness (Jude), John Howard (Carl), Leah Purcell (Carmel)
|
|

‘Stille waters, diepe gronden.’ |
Uit Australië komen niet zo heel veel films. En Ray Lawrence is op
zich ook al niet zo’n veelfilmer. Hij heeft namelijk in de
laatste 22 jaar 3 langspeelfilms gemaakt. Zijn vorige film,
Lantana, kreeg heel wat lovende reacties. Ook met deze film
bewijst Lawrence opnieuw wat hij in zijn mars heeft. Jindabyne
is een psychologische thriller, met prachtige natuurbeelden die
het geheel open trekken. Geen te zware kost, al zou je dat
kunnen denken als je het verhaal samenvat.
Drie vrienden gaan uit vissen. Ze vertrekken vanuit Jindabyne en
trekken hogerop, de Snowy Mountains in. Hoewel het niet hun
eerste trip in deze overweldigende natuur is, worden ze er toch
weer opnieuw stil van. Ze hebben er volop zin in en zijn niet
van plan hun uitstap voor wat dan ook te onderbreken. Wanneer
één van hen al vissend op een lijk botst, wordt deze houding wel
even problematisch. Maar ook dan houden de mannen vast aan hun
eigen plezier. Terug thuis zorgt de late melding van hun vondst
voor een storm van kritiek, zowel van hun eigen huisgenoten als
van de bredere gemeenschap. Op beide niveaus komen onderhuidse
spanningen bovendrijven en worden oude conflicten opnieuw
bloedende wonden.
Op een rustige, integere manier registreert Lawrence zowel de
natuur en de omgeving, als de personages, hun relaties en
gevoelens. Een stel knappe acteurs, waaronder Gabriel Byrne als
een uitgebluste ex-rallypiloot en Laura Linney als zijn labiele
echtgenote, zetten op even serene wijze uiterst geloofwaardige
personages neer. De film werd opgenomen in en rond Jindabyne
(wat vallei betekent) een stadje in New South Wales, in het
zuidwesten van Australië midden tussen Melbourne en Sydney. Het
is een stadje dat in de jaren 1960, naar aanleiding van de bouw
van een stuwdam, naar een hoger gelegen plek moest verhuizen.
Het oude deel rust nu op de bodem van Lake Jindabyne. Dit
element, dit verborgen verleden op de bodem van een groot meer,
vormt een leidmotief voor het verheel. Het zijn juist de dingen
die onder het oppervlak van een bewustzijn, een relatie of een
samenleving huizen, die er het meeste invloed op hebben en
vooral, die het meest oncontroleerbaar zijn.
Het scenario gaat terug op een kortverhaal van Raymond Carver:
So Much Water So Close To Home. Niemand minder dan Robert Altman
nam dit verhaal al ooit op in zijn collagefilm Short Cuts. De
makers van Jindabyne maken er een volwaardige langspeelfilm van
en voegen een aantal interessante elementen toe aan het verhaal.
Bijvoorbeeld de spanning tussen de aboriginal-bevolking en de
blanken. Dit doen ze zonder te vervallen in clichés of te
moraliseren. Er wordt door sommigen gezocht naar toenadering,
maar ooit zijn er diepe wonden geslagen, die heel moeilijk
blijken te genezen. Zoals gezegd gebeurt dit laatste niet alleen
tussen verschillende bevolkingsgroepen, maar ook tussen de
vissers en hun vrouwen.
Hoewel de film een sterke psychologische invalshoek heeft, wordt
er toch weinig gesproken. Het zijn juist die stiltes, die
onuitgesproken gevoelens die zich laten raden op de gezichten
van de personages, die de kracht van dit verhaal uitmaken. Samen
met de sterke natuurbeelden en de indringende muziekscore, zijn
dat de belangrijkste kwaliteiten van deze film. Zo veel water zo
dicht bij huis: het ondoorgrondelijke van het alledaagse. Daar
verwijst de titel van het oorspronkelijke verhaal naar. Die
ondoorgrondelijkheid verwerken Lawrence en zijn cast
respectievelijk in de beelden en de personages. Naïviteit en
onvermogen tot het uiten van gevoelens, onverwerkte verledens en
een troosteloos heden. Het zijn een aantal ingrediënten die het
verhaal kruiden tot een moeilijk verteerbare hap voor de
personages, maar eveneens tot een intrigerend stukje cinema voor
de aandachtige toeschouwer.
|
 |
|