
Lees recensie >>>
|
19 02 2008 Regie:
Scenario:
Fotografie:
Muziek:
Montage:
Vertolking: |
Wang Quan’An
Wang Quan’An & Lu Wei
Lutz Reitenmeier
Wang Quan’An
Yu Nan (Tuya), Bater (Bater), Senge (Sen’ge), Baoilier (Zaya)
|
|

‘Van vaudeville naar milieuschets.’ |
China ziet Mongolië in deze tijden van ongebreidelde economische
groei enkel nog als producent van brandstoffen. Dat voor deze
zuiver economische en materialistische logica alles moet wijken,
leerden we al uit verschillende films. Het contrast met de
traditionele Mongoolse ‘way of life’ kan moeilijk groter zijn.
Tegenover de op consumptie gerichte economie staat daar de
eenvoud van een boeren-of nomadenleven ver van de ‘beschaving’.
Veel materialisme is daar niet aan, al verandert ook dat
natuurlijk langzaamaan. En met de intrede van deze producten en
bijhorende economische logica, verandert langzaam een hele
samenleving.
Wang Quan’An is een Chinees cineast, die met deze film een
stukje cultureel erfgoed dat op het punt staat te verdwijnen,
wil vastleggen voor het nageslacht. Niets nieuws, zult u
misschien denken, maar toch levert deze film alweer een stukje
van de toch wel complexe en steeds veranderende puzzel die
Mongolië is. Net zoals Khadak klaagt Tuya’s Marriage de zich
opdringende industrialisering en verstedelijking aan, die nefast
is voor de traditionele cultuur. Maar waar Khadak dat deed op
een magisch-realistische wijze, doet Tuya’s Marriage dit op een
heel naturalistische wijze. Wat wil dat zeggen? Dat u een
rechtlijnig verhaal mag verwachten, met eenvoudige personages en
dagdagelijkse gebeurtenissen. Voeg daar een scheutje humor bij,
een snuifje tragiek en je krijgt een kleine maar bijzonder fijne
film. Zo dacht de jury in Berlijn er dit jaar blijkbaar ook
over, want de film kaapte er stilletjes de hoofdprijs weg.
Tuya is een boerin ergens in het Noord-Westen van Mongolië, die
in haar eentje zowel binnen als buiten al het werk moet
opknappen. Ze hoedt de schapen, goed ingeduffeld in warme kleren
die haar tegen de snijdend koude winden moeten beschermen en
gezeten op een imposante en blaffende kameel. Ze doet de was en
de plas, kookt het eten en voedt man en kind. Haar man is immers
verlamd en vraagt dus nog extra zorgen. Tuya is dapper en
vastberaden, maar die manier van leven is uitzichtloos, dus
zoeken man en vrouw naar een oplossing. Die moet er komen
dankzij een constructie waarbij Tuya zich laat scheiden van haar
man en een andere echtgenoot neemt die zich aan de voorwaarde
moet verbinden dat haar ex-man bij hen mag blijven wonen. Dat
leidt tot heel wat bizarre en grappige situaties, van mannen van
allerlei stand die om Tuya’s hand komen, maar deze snel weer
laten vallen wanneer ze horen dat ze er een man bij krijgen.
Ondertussen passeert er met de regelmaat van de klok een wat
overmoedige buurman, van het type 12 stielen 13 ongelukken. Via
dit ongecompliceerde verhaal worden heel wat kritische en
documentaire elementen binnengebracht, die visueel op een zeer
mooie en respectvolle wijze worden ingekaderd.
Tuya’s Marriage is dus een eenvoudige film, maar met weerhaakjes
en een boodschap. Deze boodschap dringt zich echter absoluut
niet op. Hoe zou de Chinese regisseur immers ongenadig kritisch
kunnen zijn tegenover zijn eigen landgenoten die
verantwoordelijk zijn voor hetgeen er in Mongolië gebeurd. Hij
wijst op de ecologische en culturele wonden die er geslagen
worden, maar kan ook niet veel meer doen dat hetgeen er rest
vast te leggen op film, waarmee we toch op zijn minst de illusie
krijgen dat er iets van dat moois bewaard blijft. Wang liet zich
bij het schrijven van het verhaal inspireren door allerlei ter
plaatse opgetekende feiten. Op die manier en dankzij veel
respect, leverde hij uiteindelijk een film af die tegelijk
hartverwarmend en hartverscheurend is. Een kleurrijke ode aan
een cultuur die niet de zijne is, maar die tegelijkertijd
behoort tot het roerend werelderfgoed.
|
|