
Lees recensie >>>
Officiële site
met trailer |
10 03 2009 Regie:
Scenario:
Fotografie:
Muziek:
Montage:
Vertolking: |
Laurent Cantet
François Bégaudeau, Robin Campil & Laurent Cantet
Pierre Pilon
Robin Campillo
François Bégaudeau ( Fr. Marin), Nassim Amrabt (Nassim), Laura
Baquela (Laura), Franck Keïta (Souleymane), Louise Grinberg
(Louise), Rachel Régulier (Khoumba), Esméralda Ouertani
(Sandra), Vincent Caire (Vincent), Henriette Kasaruhanda
(Henriette), Angélica Sancio (Angélica)
|
|

Onderwijs voor wijsneuzen? |
Na 21 jaar heeft Frankrijk nog eens de Gouden Palm gewonnen op het
jongste filmfestival van Cannes. En met wat voor film ! Het is
de verfilming van het gelijknamige boek dat François Bégaudeau
schreef over zijn ervaringen als leraar op een middelbare school
in het XIXe arrondissement van Parijs. Samen met regisseur
Laurent Cantet (bekend van sociale films als Ressources humaines
en L’emploi du temps) schreef hij het scenario voor de film en
speelt hij ook nog eens de hoofdrol. De film die alle kenmerken
van een subtiel geobserveerd docudrama heeft, vertelt zeer
genuanceerd het wel en wee van een multicultureel samengestelde
klas van 15-jarige pubers op een school in hartje Parijs. Geen
probleemschool in een of andere buitenwijk van de grootstad dus.
Zoals de filmtitel aangeeft, blijft de camera de hele duur van
de film, gedurende één schooljaar, binnen de schoolmuren. Het
klaslokaal groeit uit tot een microkosmos die de Franse
samenleving reflecteert. Meer nog, deze bijzonder boeiende film
toont aan hoe de geglobaliseerde wereld een kleine gemeenschap
(een klas) in zijn macht heeft. Kan het universeler en actueler
? De film is ontzettend raak, enorm doorleefd, soms grappig,
vaak aangrijpend en is een ode aan het soms moeilijke beroep van
leerkracht.
Zonder te zedenpreken behandelt de film inderdaad heel concreet
tal van actuele vragen over democratie, gelijke kansen,
uitsluiting, migratie, multiculturele spanningen, communicatie,
het moeizame evenwicht tussen vrijheid en discipline e.d.
Problemen waar leraar noch leerlingen meteen raad weten. De
kijker is getuige van tal van misverstanden, meestal een gevolg
van de generatiekloof, niet zelden ook van de communicatiekloof,
tussen leraar en leerlingen, en niet in de laatste plaats wegens
culturele verschillen. Aanvankelijk lijken de losse observaties
geen echte samenhang te vertonen, maar geleidelijk aan sluipt er
toch een intense dramatische lijn in de film met als climax een
zeer pijnlijk incident met dramatische gevolgen.
We zien ook hoe de leraar zich enorm kwetsbaar opstelt ; hij
zweert immers bij het gelijkheids-principe tussen leraar en
leerling. We zien hem dan ook nooit doceren, hij maakt
voortdurend gebruik van het leergesprek. Dit is volgens hem de
voorwaarde om tot een echte dialoog te komen. Maar dit geeft ook
tot gevolg dat hij, in de beste socratische traditie, de
leerlingen voortdurend uitdaagt waardoor het nooit stil is in
zijn klas en er geen enkel moment is om na te denken over wat er
gezegd is en daardoor ook geen kans tot een écht gesprek.
Voortdurend worden de grenzen overschreden, al te vaak kennen de
leerlingen de grenzen niet meer tussen openheid en
onbeschoft-heid, waarbij de vraag dient gesteld te worden of de
leerlingen niet moeten beschermd worden tegen een
verantwoordelijkheid die zij niet aankunnen. Zo worden zijn
lessen bijna gereduceerd tot een soort van elementaire
gedragsopvoeding. Achter dat alles schuilen de contradicties die
de Franse scholen in hun greep houden : het verlangen om niemand
uit te sluiten, het streven naar discipline, de erkenning van de
multiculturele diversiteit en het onderwijzen van een uniforme
cultuur waarvan het “Standaard-Frans” de exponent is. Op het
einde van de film zal de leraar moeten inzien dat de utopie niet
opgewassen is tegen de feiten. Het systeem is sterker dan zijn
ideaal. Dit gegeven druist dus in tegen de typisch
hollywoodiaanse highschoolfilm waarin een idealistische leraar
alle conflic-ten kan oplossen. Op dat vlak blijft de vraag waar
of bij wie de leerkracht uiteindelijk terecht kan met zijn
frustraties.
Om alles levensecht te laten lijken werden workshops gehouden
met van de schoolbanken gerecru-teerde “acteurs”. Daar
improviseerden zij dan op situaties die niet exact dezelfde zijn
als in de film om de spontaniteit niet in de weg te staan. De
meeste dialogen stonden wel op papier (geïnspireerd op het boek
van Bégaudeau), maar de persoonlijke inbreng van de leerlingen
bleef groot. Het resultaat is dat de leerlingen eigenlijk
zichzelf spelen en een enorme naturel uitstralen. Als
toe-schouwer heb je nooit het gevoel dat je naar amateurs zit te
kijken, de acteerprestaties zijn verbluffend.
Entre les murs bewijst dat de werkelijkheid vaak de beste fictie
overtreft. Zowel de spannende of de ontroerende scènes als de
humor leveren prachtige staaltjes van ‘cinéma-vérité’ op. De
kracht van de film bestaat erin dat hij de toeschouwer het mooie
en het nuttige durft tonen van de doorge-dreven inzet van
leraars om zich in te spannen voor gedemotiveerde maar niet
reddeloos verloren leerlingen. Altijd iemands kind… Een eerlijke
registratie van donkere maar ook vrolijke dagen. Een film niet
alleen bestemd voor mensen uit het onderwijs, maar voor iedereen
die ervan overtuigd is dat het hele onderwijskorps, samen met de
ouders, een edele taak te vervullen heeft in elke maatschappij.
Omdat leerlingen ook betere mensen kunnen worden, met meer
kansen. |
 |
|