
Lees recensie >>>
Officiële site
met trailer |
09 03 2010 Regie:
Scenario:
Fotografie:
Muziek:
Montage:
Vertolking: |
Felix van Groeningen Christophe Dirickx & Felix van Groeningen
Ruben Impens Jef Neve Nico Leunen Koen De Graeve (Celle),
Johan Heldenbergh (nonkel Breejen), Natali Broods (tante Rosie),
Wouter Dierickx (nonkel Wieken), Kenneth Vanbaeden (Gunther) |
|

Leven aan de zelfkant |
Sinds “Steve + Sky” (2004) en “Dagen zonder lief” (2006) heeft
Felix Van Groeningen zijn rastalent bewezen. De filmversie van de
autobiografische bestseller van Dimitri Verhulst maakte, in
Cannes, niet alleen indruk door de blote flikker-stunt op de
Croisette. ‘De Helaasheid’ werd nu eens op intense lach-salvo’s,
dan weer op ontroerende huilpartijen onthaald. Meteen één van de
grootste troeven : de even-wichtige mix van uitzinnige komedie en
ontnuchterende tragiek, poëtische tederheid en groteske
karikatuur, grimmige spot en mild mededogen. Bekroond met de ‘Prix
Art et Essai’, maakt de film nu een zegetocht langs ’s werelds
bekendste festivals. Dat “De helaasheid der dingen” dit jaar de
Belgische Oscar-inzending wordt, hoeft ons dan ook niet te
verbazen.
Reetveerdegem, 1988. De 13-jarige Gunther
Strobbe woont samen met zijn vader Celle en zijn drie nonkels bij
zijn grootmoeder in een klein, vuil huisje in het onooglijke
Reetveerdegem (in werkelijkheid gaat het hier om Nieuwerkerken bij
Aalst) : elke avond op café, zuipen, rokkenjagen, ruziën, vechten
en … nietsdoen. Gunther ondergaat dit gelaten, hij lijkt zelfs te
genieten van de lamlendige sfeer. De vraag is echter of de jongen
zal kunnen ontsnappen aan die “helaasheid” van het leven, aan dit
gepredestineerd bestaan van de familie Strobbe. Dit alles vernemen
we via ‘voice-over’, 10 jaar later, uit de mond van een jongeman
die schrijver wil worden, allerlei klusjes opknapt om te overleven
en het lastig heeft met zijn aanstaande vaderschap. Een figuur die
een richting zoekt in zijn leven. Daarbij kijkt hij met de juiste
blik terug op zijn jeugd in een omgeving die niet echt een
geschikte plaats was om op te groeien. Maar dat je daardoor nog
niet per se ongelukkig moet worden is misschien wel de
belangrijkste levensles van de prille twintiger.
Er wordt
heel wat gelachen in de zaal, wat ongetwijfeld de wrangheid van
het verhaal verdoezelt. In de film staan niet zozeer de komische
avonturen van een marginale familie centraal, wel de vraag naar
aanvaarding of verworpen worden. Uit de afwijzing door de
maatschappij puren de broers immers een soort geuzengevoel en
onaantastbaarheid die hen te pas en te onpas overeind houden, wat
hen in zekere zin charmant maakt op een nogal grove manier. Celle
is door Gunthers moeder in de steek gelaten en aan de drank
geraakt, wat zijn zoon van hem vervreemdt. De volwassen Gunther
lijkt gedoemd om die geschiedenis te herhalen met zijn eigen vrouw
en kind. Het is vooral deze moeilijke, van haat naar liefde
zwalpende vader-zoon relatie die de regisseur subtiel en accuraat
in beeld zet. De sublieme acteerprestatie van Koen de Graeve zorgt
ervoor dat de vaderfiguur nooit een karikatuur wordt : Celle is
een gepijnigd man, oneindig enthousiast en een tedere vader. Plots
kan hij evenwel omslaan in mateloze agressie. Ook Kenneth
Vanbaeden zet de rol van de jonge Gunther met zoveel naturel neer
dat we nu al over een revelatie kunnen spreken
Braspartijen, ruzies, de huilbuien, Van Groeningen zet ze met veel
flair en zwier in beeld. Het tempo is dynamisch en energiek,
voortgestuwd door authentieke levensdrift, tussen verleden en
heden. Steeds vindt de regisseur de juiste toon om de kijker te
raken : nu eens brutaal en schunnig, dan weer teder en fijnzinnig.
En de zowel letterlijk als figuurlijk kleurrijke personages en
locaties roepen zelfs een bedrieg-lijke lichtheid van het bestaan
op. Maar de symfonische muziek van Jef Neve verheft de brutaliteit
van het verhaal tot iets subliems : hoe het marginale mooi kan
worden !
Echt vrolijk word je van deze film niet maar de
emoties die er getoond worden zijn echt en universeler dan het op
het eerste zicht lijkt. Van Groeningen is duidelijk gerijpt als
regisseur en levert met “De Helaasheid der Dingen” een echt
beklijvende film af die een lach en een traan merkwaardig
combineert en rauwe tederheid verkiest boven meewarigheid, in een
film die niemand onverschillig kan laten.
|
 |
|