.: 2011-2012 Deel 2 :.

02-03 Deel    2 06-07 Deel 1 2 10-11 Deel 1 2  
03-04 Deel 1 2 07-08 Deel 1 2 11-12 Deel 1 2  
04-05 Deel 1 2 08-09 Deel 1 2    
05-06 Deel 1 2 09-10 Deel 1 2    

Lees recensie >>>

Officiële site
met trailer

20 03 2012

Regie:
Scenario:
Fotografie:
Muziek:
Montage:
Vertolking:

Margin Call USA 2011 109'

J.C. Chandor
J.C. Chandor
Frank G. De Marco
Quinaz Larson
Pete Beaudreau
Kevin Spacey (Sam Rogers), Paul Bettany (Will Emerson), Jeremy Irons (John Tuld), Mary McDonnell (Kay Roers), Demi Moore (Sarah Robertson), Stanley Tucci (Eric Dale), Zacchary Quinto (Peter Sullivan), Penn Bradley (Seth Bregman), Simon Baker (Jared Cohen), Aasif Mandvi (Ramesh Shah), Ashley Williams (Heather Burke)



Geld of menselijkheid?
Wie ooit Charles Ferguson’s documentaire “Inside Job” bekeek en zich Oliver Stone’s “Wall Street (I & II) en Michaël Moore’s “Capitalism : a love story” herinnert, weet dat er in de financiële wereld geen geschenken uitgedeeld worden en de groten steevast de dans ontspringen op de rug van de ‘cliënten’. Van bankencrisis naar financiële crisis : redden wie zich redden kan. Met één zekerheid nog, voorlopig : wie geen basisdekking meer heeft, gaat failliet. Dat is een vanzelfsprekende economische waarheid, niet ? Maar wat als je alles fictief maakt, cijfers incluis, het vermogen van anderen eerst ? Is dit verantwoord economische handelen of oplichting ? ‘Margin Call” focust op de financiële crisis die door Golman Sachs, Lehman Brothers e.a. in één etmaal werd veroorzaakt, met een onmenselijk cynisme en een even onvoorstelbare lichtvaardigheid. Een crisis waarin alleen echte ‘winners’ schaamteloos overleven. Over deze ‘inner circles’ waar computercijfers veel belangrijker zijn dan het bruto nationaal geluksgevoel van mensen rondom ons heeft regisseur J.C. Chandor een pakkende, boeiende, meeslepende, interessante en revelerende film gemaakt waarin mensen stilaan weer hun eigenwaarde hervinden na de crash. Dit ontwaken uit een nare droom , die menselijkheid afschreef als ballast bij mega-geldgewin, oogt fris en maakt openingen naar een opgewaardeerde solidariteit in bange dagen. Of wat daarvoor moet doorgaan.

“Margin Call’ doorprikt met zwier de kunstmatige luchtbel van beurssprookjes en bonussen die het financiële wereldje, vol overtrokken eigenwaarde en overgewaardeerde salarissen, te kijk stelt. Deze pittige doorlichting van het spel aan de top met het zo gewaardeerde ‘slijk der aarde’ ten koste van derden stelt loyauteit, zekerheden en elk sociaal vangnet in vraag. Wie soms van ‘D-Day’ of ‘Dooms Day’ spreekt, heeft alleszins ‘the crashes’ van 1929, van 2008 en van 2011 in het hoofd : dagen dat “de keizer geen kleren meer draagt’. De brutale zonsverduistering, te wijten aan ongedekte rommel-kredieten, stoelt op een pervers systeem zonder moraal of tegenwaarde dat, bij instorting, ontaardt in een economisch machtsspel dat iedereen, de kleinsten eerst, versneld in de val meesleurt. Voor de ‘grote spelers’ blijkt elk verlies meteen een nieuwe start voor andere onderdelen van hun imperium.

In “Margin Call” leveren Kevin Spacey, Jeremy Irons, Demi Moore en Paul Bettany ettelijke stevige duels, gesteund door Zaccharo Quinto en Stanley Tucci : die confrontaties op het scherp van de snee geven een klare kijk op de verborgen motivaties en ambities die de top sturen naar steeds hogere winstcijfers, ongeacht de gebruikte middelen of strategieën die dat enige doel het best kunnen realiseren. De volgende carrièresprong en de verhoogde verloning via bonussen is hierbij zowat de enige hefboom. Al is de grootte van het bureau zowat de waardemeter van het effectief belang van de ‘medewerker’ aan het ‘megaproject’. Het risicodragend gedrag en de soms impulsieve beslissin-gen die ‘De Markt’ inspireert aan deze ‘wonderboys’ is, voor buitenstaanders, veeleer ‘a way to the final fall’. Maar zolang dat de medespelers een stimulerende adrenalinestoot oplevert, zit het nog snor : spelen met geld is sport op hoog niveau, niet ? Bij tegenslag kan je nog altijd met gevatte smoesjes via besparingen, dwz ontslagen, nieuwe marges vinden. Voor de firma uiteraard, niet voor de medewerkers. Om het bedrijf in een mum van tijd weer fictief gezond te maken : wie de afval koopt ( ‘mortage based securities’ heet dat in het opgesmukt vakjargon ), heeft brute pech. Wie eerst dumpt, eerst wint ?

“Margin Call’ evoceert met brio een superboeiend menselijk drama gesitueerd in ‘clean finance buildings’, met als kader een bedroevend beroepsfiasco dat gebaseerd is op de verwerpelijke gewoonte om meteen alles uit te geven wat je in je ‘pocket’ hebt, omdat hogere financiële salarissen als vanzelf hogere eisen en grotere uitgaven wettigen. Een kwestie van stijl ? In weerwil van de Vlaamse spreuk : ‘de tering naar de nering’. Zeer boeiend zijn de informatieve dialogen die in snel tempo door doorgewinterde topacteurs worden verwoord, maar tegelijk de innerlijke prioriteiten weerspiegelen van de betrokkenen. Zo weet de jonge regisseur J.C. Chandor een meeslepende analyse van de financiële wereld vandaag om te buigen tot een erg menselijke film die, dankzij de scherp getekende personages en info over hun achtergrond zelfs de handel en wandel van de ‘haute finance’ diepte geeft. Menselijke diepte. Uitzonderlijk dus. “Margin Call’ licht een ultiem hanen-gevecht door aan de top van Wall Street : morele principes en immorele hebzucht botsen op dit revelerend crisismoment, ter stichting en lering van de omstaanders. Gelukkig zijn het in de film niet allemaal geldwolven die teren op de risicoverkoop van niet gewaarborgde investeringspakket-ten. “Margin Call’ gaat, verrassend maar waar, over de mens achter de ‘banking freak’. Met top-vertolkers in een zwierig gemonteerde actuele fabel over het centrum van de wereldhandel. Leerrijk en actueel. Kritisch en humaan. Een duidelijke aanrader : omdat mensen belangrijk (moeten) zijn en blijven, niet ? Vooral in crisistijd.