Marius Holst Dennis Magnusson & Eric Schmid John
Andreas Andersen Johan Soderqvist Michael Lesczylowski
Stellan Skarsgard (Governor), Kristoffer Joner (Brathen), Benjamin
Helsytad (Erding), Trond Nilssen (Olav), Ellen Dorrit Petersen
(Astrid)
Macht of opvoeding?
Een waar gebeurd verhaal slaat altijd gensters. Vooral wanneer het
verteld wordt in schitterende, knap gemonteerde beelden die de
humane inhoud visueel uitdragen. Dit indrukwekkend verhaal speelde
zich af in Noorwegen anno 1915, op een eiland in de Oslofjord.
Jongeren tussen 11 en 18 jaar werden op deze geïsoleerde plek in
een verbeteringsinstelling ondergebracht, zogenaamd om zelf niet
verder in de criminaliteit verstrikt te raken, wegens hun sociale
achteruitstelling : wie arm en verlaten is, betaalt altijd het
gelag. Het waren nochtans geen criminelen, ze waren nooit
veroordeeld, ze werden niet naar de gevangenis gestuurd. Wel naar
het eiland Bostoy waar de directie en de ‘begeleiders’ hen dwongen
tot een Spartaanse levenswandel, hen hun naam en afkomst ontnamen
en ‘aanspraken’ met hun ‘nummer’. Hun verblijf was gebaseerd op
regels, rituelen en codes die onrecht en machtsmisbruik hanteerden
als vanzelfsprekende middelen tot tucht en weder-opvoeding. Dat de
interne machtsverhoudingen uitliepen op misbruik van jonge mensen,
gaf aanleiding tot een reactie van opgekropte woede en onstuitbare
drang naar bevrijding van dat onmenselijk juk : de hunker naar
vrijheid en waardigheid was uiteindelijk sterker dan de angst voor
fysiek en mentaal geweld. De ‘rechtenloze’ kroop recht, tegen alle
machtslogica in. Een revolte die tot op het vasteland weerklank
vond, in tijden dat zowat alle landen met strenge hand werden
‘geleid’. Van ‘revolutie’ zou alleen in Rusland (1917) sprake
zijn. Maar hiërarchie en sociaal onrecht bleven overeind.
Onder druk van de omstandigheden moet ook de nieuw aangekomen
Ehrling zich schikken naar de harde discipline die op het eiland
heerst. Hij leert er zijn medemaats kennen : de sukkel Ivar, de
strever Olav en … ‘de pestkop’. Iedereen is verplicht mee te
werken aan de opgelegde werkzaam-heden die hun gezondheid en
waardigheid dagelijks ondermijnen. De Directeur kijkt, ondanks
zijn voorgewende ‘humane inborst’, de andere kant op en riposteert
met ongenadige repressie bij protest of weerstand. Normen en
waarden worden alleen met het woord beleden in deze christelijke
instel-ling. Van enige bekommernis of respect voor de identiteit
en vorming van ‘het ingekwartierde uitschot’ is geen sprake. De
jonge bewoners ontwaken bij zoveel druk uit hun onverschilligheid
: de reactie broeit onder leiding van Ehrling, de enige die wat
meer van de wereld heeft gezien dan alle andere ‘bewoners’ samen.
‘The King of Devil’s Island’ evoceert in een machtig
natuurkader een sterk verhaal over toekomst-dromen in barre tijden
: alleen dromen houden je recht bij onderdrukking en verknechting,
uitbuiting en misbruik, ‘far from the madding crowd’. Enkel
verhalen over een onmogelijk gewaande bevrij-ding versterken de
mentale weerbaarheid, nodig voor actie. Sterker dan de realiteit
is enkel de verbeelding ‘grensverleggend’, de enige nuttige motor
bij pogingen tot verandering van onaanvaard-bare
levensomstandigheden. De verbeelding biedt een stimulerende uitweg
die gevangenismuren overstijgt en ruimte geeft aan een kiemende
identiteit. De onvermoede kracht van verhalen leidt tot bevrijding
en tot de finale overwinning op de sterkere : net zoals in het
verhaal van ‘Moby Dick’ en kapitein Achab. Een wensdroom zoals het
geloof dat maakt dat je (vooral als Noorse jongeren) op het water
of over het vroege ijs ongestraft lopen kan : magisch is dat ! Of
die goede, oude symboliek van de zee, hét element van vrijheid en
dromen over nieuwe horizonten ! Wegdromen in barre omstandigheden
is niet alleen zalig, het werkt ook simulerend en bevrijdend als
een heilzame illusie, niet zomaar een ijdele hoop : ooit zal die
omslaan in een waanzinnig ontvoogdingsinitiatief. Een verwachting
waarmee de overheid zichtbaar geen rekening houdt : water is een
onoverbrugbare grens voor kleine, uitgeputte mensjes zonder
middelen. En repressie is een wondermiddel als de ketel overkookt.
Marius Holst, de Noorse regisseur die de grootste Noorse
filmproductie ooit wist op te zetten en met ‘THE KING OF DEVIL’S
ISLAND’ de Prijs voor de Beste Noorse film ooit in de wacht
sleepte, wist beter dan wie ook dat film ‘suggestie’ is :
karakters, natuuromgeving, motieven tot handelen, redenen van
opsluiting, perspectief en evolutie, zelfs het fysisch en mentaal
geweld, dat alles komt voor de camera het best tot uiting via
wegen van geleidelijkheid, als uit nevels en verblindende
sneeuwlandschappen tot in het gezicht van de kijker.
Onvergetelijk, zo’n ontdekking. De evolutie in het kleurgebruik
van monochroom tot felle tinten past perfect bij de
verhaalontwikkeling die ook hedendaags geduid kan worden.
Verschoppelingen slaan ooit terug. Een epische tocht vol avontuur
en verzet tegen eigengereide overmacht, een fabel van verzet tegen
de grenzen van wat sommige overheden graag verstaan onder ‘hun
beschaving’, gebaseerd op uitbuiting van werkslaven. Een oproep
tot het hergebruik van de vrije geest die verknechting omver
werpt. Een droom die werkelijkheid wordt : de verbeelding aan de
macht ! Deze ‘King’ zindert van begin tot einde, boeit permanent
en gaat ook hedendaagse vragen rond solidariteit en onrecht niet
uit de weg. Een absolute aanrader. Ontroerend en meeslepend tot en
met.